De voormalige watermolen in het Kloosterbos
Hemel- en kwelwater waren voor de kloosterlingen van het klooster Nazareth (1429- ca. 1610) een zegen. Tenminste als je die elementen wist te beheren. De hier hooggelegen Kloosterdijk is door de kloosterbewoners aangelegd. De dijk stuwde het water, dat door een beekje werd aangevoerd. De huidige twee laagten aan weerszijden van de dijk waren twee molenvijvers. Eens klepperde het molenrad in de stilte rond het klooster.
Het water bracht de molen in werking waarna in de molen zelf koren (voor meel) of zaden/pitten (voor olie) werden gemalen.
Tijdens de 80 -jarige oorlog (1568-1648) werd de watermolen door de geuzen verwoest.
De laatste prior van het klooster, Johan van Vueren, klaagde in 1599 dat de molen meer waard was geweest dan twee van de beste boerderijen.
Het klooster werd in de volksmond ‘klooster Schaer’ genoemd, naar de grote Schaersheide, waarop het lag. De oude naam voor de Kloosterdijk is ‘de Möllendiek’. Bomen hebben de plaats van het water ingenomen. Zij wuiven naar de hemel, waar de kloosterlingen van Nazareth eens hoopten te komen.
Hoogteverschil van 10 meter
Het Kloosterbos ligt op het Oost Nederlandse plateau. Zeer bijzonder is het extreme hoogteverschil tussen het meest westelijke en het meest oostelijke punt van dit landgoed. Het hoogste deel ligt op bijna 36 meter boven NAP terwijl het laagste punt ligt op ruim 25 meter boven NAP.
Het reliëf in het terrein wordt veroorzaakt doordat het gebied op de flank ligt van een erosiedal van het Oost Nederlandse plateau, waarbij de verderop gelegen Schaarsbeek het laagste punt is van dit dal. De kloosterlingen konden destijds goed gebruik maken van het hoogteverschil.
Met dank aan Hans de Graaf voor zijn tekstbijdragen.
De informatieborden en hydrologische maatregelen in het Kloosterbos zijn mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van SBNL Natuurfonds.