Ga naar de startpagina
Bosgroep Noord-Oost Nederland
terug
Alpenwatersalamander Frank Vassen

Iedereen die in de natuur werkt, moet rekening houden met de aanwezigheid van soorten, specifiek wettelijk beschermde soorten. Denk aan soorten van de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn of soorten die van nationaal belang zijn. Deze soorten mogen bijvoorbeeld niet verstoord of gedood worden. Bij het uitvoeren van beheerwerkzaamheden, zoals het baggeren van poelen of het maaien van graslanden, is dit echter soms niet te voorkomen. Maar: voor het behoud van het leefgebied van de soorten zijn deze beheermaatregelen wél noodzakelijk.

Door goed te inventariseren of er beschermde soorten aanwezig zijn in een gebied en vervolgens te werken volgens goed onderbouwde maatregelen wordt schade aan beschermde soorten zo veel mogelijk voorkomen. Dergelijke werkwijzen staan beschreven in de Gedragscode soortenbescherming Natuurbeheer die 1 april 2025 is ingegaan.

Deze gedragscode is een belangrijk handvat voor alle natuurbeheerders, en dus ook leden van de Bosgroepen, met name leden die subsidie SNL ontvangen. Door een werkprotocol natuurbeheer in te vullen en het beheer volgens dit protocol uit te voeren, is een eigenaar vrijgesteld van een vergunningplicht. Ook kan je bij een handhavingsverzoek aantonen dat je zorgvuldig hebt gehandeld.

Beheeractiviteiten

In de Gedragscode worden de diverse beheeractiviteiten beschreven zoals: begrazen van natuurterreinen, beheer van akkers, beheer van gras- en hooilanden, beheer van weidevogelgraslanden, schonen en baggeren van waterlopen en kleine wateren, maaien van rietlanden, omzagen en afzetten houtige landschapselementen, en beheer van heideterreinen.

Werkkalender

Elk beheeractiviteit kent een werkkalender met per soort of soortgroep een gele, oranje of rode periode. In de gele periode kan gewerkt worden, in de oranje periode alleen met extra voorzorgmaatregelen en de rode periode is ongunstig voor de beschermde soorten; alleen bij uitzondering mogen beheermaatregelen in de rode periode plaatsvinden. Wanneer een beheerder dus beheerwerkzaamheden kan uitvoeren hangt af van de aanwezigheid van beschermde soorten in het gebied.

Een paar voorbeelden waar iedere beheerder rekening mee moet houden:

- Als je een houtwal gaat afzetten die een essentiële vliegroute vormt voor vleermuizen, mogen de gaten tussen de boomkronen niet groter worden dan 25 meter; en jaarlijks mag maximaal 30% afgezet worden (dus gefaseerd afzetten).

- Als je gaat maaien in weidevogelgebieden mag dat alleen als er geen broedvogels meer op broeden; en bij aanwezigheid van amfibieën moet je bij de eerste snede de bloemrijke vegetatie langs de sloten laten staan.

- Bij het beheer van kruidenrijke gras- en hooilanden mag de maaisnelheid maximaal 7 km/uur bedragen; en bij bijvoorbeeld percelen kleiner dan 5 hectare moet per maaibeurt 10% blijven staan. Bij aanwezigheid broedvogels moet 5 meter om de gelokaliseerde broedplek worden gespaard.

Aandachtspunt

Een belangrijk aandachtspunt is dat het werkprotocol moet worden ingevuld door een ecologisch deskundige: iemand met voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek (naar beschermde soorten en hun leefgebied) te kunnen doen; en om de werkzaamheden te begeleiden. Schakel bij vragen uw Bosgroep in.

Meer informatie

Zie de website van de VBNE voor de volledige Gedragscode en het werkprotocol natuurbeheer.