Nieuwe gezichten voor FSC in Zuid-Nederland
Namens Bosgroep Zuid Nederland zijn er sinds dit najaar twee nieuwe contactpersonen voor de FSC-groepscertificering. Martijn Griek en Mirko Hendriksen stellen zich voor én geven aan wat zij zien als dé meerwaarde van FSC…
Martijn Griek is in 2011 gestart als projectmedewerker binnen regioteam Noord-oost-Brabant. Inmiddels is hij projectleider bosbeheer en is hij binnen de regio voor collega’s én leden het aanspreekpunt voor alle bosgerelateerde zaken. “In de regio kennen de meeste leden mij al wel en voor een aantal leden verzorg ik ook het dagelijks beheer. Daar zitten ook een aantal FSC-leden bij – zoals de gemeentes Nuenen en Helmond – en zo neem ik ook geregeld deel aan de FSC-trainingsdagen waar ook weer leden van andere regio’s bij zijn.”
Mirko Hendriksen is nog vrij vers bij Bosgroep Zuid Nederland. Sinds ruim een jaar is hij projectmedewerker in de regio Limburg. “Ik ben vrij allround, maar ik kan me helemaal kwijtraken in het bosgedeelte. Zo ben ik ook actief in de bossen van onze FSC-leden gemeente Roerdalen en gemeente Maasgouw. Ik zet me graag voor de FSC-groepscertificering in, omdat ik daar echt wel een meerwaarde in zie. Voor de bossen, de eigenaren en ook voor mezelf.”
Voor de FSC-groepscertificering nemen Mirko en Martijn gezamenlijk twee rollen op zich. Zo verdelen ze de interne audits die ze uitvoeren bij de FSC-groepsleden van de Unie van Bosgroepen. En daarnaast zijn ze de duurzaam bosbeheercoördinatoren bij Bosgroep Zuid Nederland, wat inhoudt dat collega’s en leden bij hen terecht kunnen met vragen over FSC en beheer volgens FSC.
Nieuwe ideeën en inzichten
Mirko vindt het leuk om zelf extern getoetst te worden in de bossen die hij beheert. “Dan kan je pas echt laten zien dat je de bossen goed beheert en dat je voldoet aan internationale standaarden. En van die interne en externe audits kun je veel leren. Dat zijn echt momenten waarop het gesprek plaatsvindt over keuzes. Waarom je ergens voor kiest in je beheer én de reactie van iemand anders die misschien nog andere ideeën en inzichten heeft. Dat kan je uit je eigen tunnelvisie halen en het levert je nieuwe inspiratie op.”
Martijn herkent die drijfveren van Mirko wel: “Het valt me op dat we in Nederland als bosbeheerders en -eigenaren vaak denken dat we het allemaal al wel goed voor elkaar hebben in ons bosbeheer. Veel mensen denken dat ze al goed duurzaam bezig zijn. Maar er zit nog wel een verschil tussen het over jezelf zeggen en het kunnen aantonen met een onafhankelijk certificaat.”
Gat tussen vraag en aanbod
Het valt Mirko en Martijn ook op dat er nog wel een gat zit tussen de vraag en de aanbodkant. Mirko: “Als je door een stad loopt, zie je dat er van alles wordt verkocht met een FSC-keurmerk. Papier, tafels, houten speelgoed, noem het maar op. Maar aan de aanbodkant, de kant van het beheer, zie je dat er minder aandacht voor is. Daar zitten dus nog wel kansen. Dat bijvoorbeeld gemeenten en organisaties die FSC-gekeurde bouwmaterialen voorschrijven, zelf ook hun eigen bossen FSC-proof beheren. We kunnen hier in Nederland wel wijzen naar de tropen en dat het daar belangrijk is dat de bossen duurzaam worden beheerd, maar we mogen ook wat meer naar onszelf kijken.”
Kruisbestuiving binnen de Bosgroepen
Martijn en Mirko zien binnen de Unie van Bosgroepen dat de beheerders en leden via de FSC-groepscertificering ook van elkaar leren. Martijn: “Het is goed om andere beheerders te spreken en andere bossen te zien. Vanuit onze nieuwe rol komen we nu natuurlijk al in andere gebieden en dat levert meteen waardevolle tips op voor onze eigen leden. Als je tijdens een audit met elkaar in het veld staat, krijg je door de frisse blik van de auditor eigenlijk altijd wel nieuwe ideeën op. Die kruisbestuiving binnen de Unie van Bosgroepen tussen beheerders en FSC-leden is absoluut interessant.”
Mirko: “Voor leden van de Bosgroepen is het vaak ook vrij gemakkelijk om in te stappen. Als ze een beheerovereenkomst met een Bosgroep hebben, voldoet dat plan standaard al aan de FSC-maatstaf. Eigenlijk verandert er dan niet zoveel. Het is weliswaar wat meer afgebakend welk plantmateriaal je gebruikt. Maar eigenlijk is dat ook wel goed, omdat je er dan veel beter over nadenkt én beter weet wat de herkomst is van je plantmateriaal.”
Goed onderbouwen en documenteren
Martijn geeft daarbij nog aan dat je als beheerder ook nog steeds voor aanplant van buiten de rassenlijst mag kiezen: “Als je maar goed onderbouwd waarom je het doet en wat je ermee wilt bereiken. Daarnaast moet je ook voor goede documentatie zorgen waarin staat waar het materiaal vandaan komt en waar het exact staat. En het moet ook om kleinere aantallen gaan.”
Volgens Mirko is het ook voor leden die niet FSC-gecertificeerd zijn, verstandig om alles goed te documenteren: “Je wilt ook in de toekomst goed kunnen sturen in je bosbeheer en dan is het belangrijk te weten wat er ooit al is gedaan, waar en waarom. Vooral als er ooit een personeelswisseling is bij een lid of als er een nieuwe eigenaar komt, is dit waardevolle informatie voor duurzaam bosbeheer. En daar zetten we ons binnen de Bosgroepen allemaal voor in.”