Bemesting van SNL-natuurgraslanden: de gewijzigde regels op een rij
Al eerder berichtten wij dat onze SNL-beheerrichtlijnen zijn aangescherpt ten aanzien van bemesting, gebaseerd op het OBN-onderzoek over het bemesten van natuurgraslanden. Deze inzichten zijn nu ook officieel verwerkt in de Index NL, de landelijke taal en afbakening van beheertypen in de SNL. Hierbij informeren we u nogmaals over de wijziging rondom de bemesting van SNL-natuurgraslanden:
Bemesting niet meer toegestaan in natuurgraslanden van de SNL
In de Index NL is op basis van het OBN Bemestingsadvies de volgende wijziging doorgevoerd: de zin ‘De graslanden worden doorgaans niet bemest’ is aangepast naar ‘De graslanden worden niet bemest.’ Deze wijziging geldt voor de graslandtypen N10.01, 10.02, 11.01, 12.01, 12.02 en 12.03.
Uitzonderingen op bemesting voor N12.02 en N13.01
Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) wordt niet bemest, tenzij dit de natuurdoelen dient. Dit betekent:
- Geen bemesting bij ontwikkelingsbeheer.
- Voor instandhoudingsbeheer is het toegestaan om een perceel met een lage dosering ruige stalmest te bemesten, mits:
- het perceel zelf geen langetermijndoel heeft voor een natuurdoel dat nutriëntenarme condities vereist;
- dit niet zorgt voor extra afspoeling van nutriënten en sulfaat naar lagergelegen terrein met kwetsbare natuurdoelen die gevoelig zijn voor eutrofiëring, verzuring en/of vervuiling met zwavel;
- de beheerder een ecologische onderbouwing (bijvoorbeeld o.b.v. een bodemonderzoek) aanlevert, waarin staat dat het toedienen en doseren van vaste mest bijdraagt aan specifieke natuurdoelen. Dit kan onderdeel zijn van een beheerplan, waarin bemesting wordt bezien in relatie tot andere beheeraspecten.
- De provincie wordt in deze gevallen vooraf over het voornemen tot bemesting geïnformeerd.
Vochtig weidevogelgrasland (N13.01)
Voor vochtige weidevogelgraslanden geldt dat alleen bemesting met ruige stalmest is toegestaan. De organische stof in deze mest vormt voedsel voor rode regenwormen en draagt bij aan een goede structuur van de bovenste bodemlaag. De bemestingsdruk mag echter niet te hoog zijn. De Index NL schrijft voor dat er elke 3 jaar mag worden bemest met maximaal 20 ton ruige stalmest per hectare, waarbij de natste delen niet bemest mogen worden.
Wat betekent dit voor u als SNL-deelnemer en voor de Bosgroepen?
Als u als lid meent dat bemesting nodig is, moet u dit dus (laten) onderbouwen door een ecologisch deskundige. In deze onderbouwing geeft u aan om welk perceel of welke percelen het gaat, en licht u de bovenstaande punten toe. Deze onderbouwing deelt u met uw SNL-contactpersoon, die dit vervolgens meldt bij de provincie. Pas nadat deze melding is gedaan en uw SNL-contactpersoon akkoord heeft gegeven, kunt u het perceel bemesten met ruige stalmest.
Tijdens veldcontroles in natuurgraslanden letten wij op sporen of aanwijzingen van bemesting. Wanneer we deze aantreffen zonder dat de Bosgroepen geïnformeerd zijn, gaan we hierover met u in gesprek en spreken we waar nodig herstelmaatregelen af. In het uiterste geval kan dit ertoe leiden dat een deelnemer uit de SNL-aanvraag wordt gehaald, omdat niet wordt voldaan aan de verplichtingen uit de Overeenkomst SNL.