Onderzoek naar biodiversiteitsontwikkeling van bossen op zandgronden

Publicatiedatum: 25 januari 2018

Wat is er nodig en mogelijk op de Brabantse arme zandgronden?
Veel Noord-Brabantse bossen staan op arme zure bodems. Boomsoorten met rijk, goed verteerbaar strooisel, die ooit het oorspronkelijke Brabantse bosbeeld bepaalden (zoals hazelaar en linde) komen nu nog maar zelden voor. Soorten met verzurend, slecht verteerbaar strooisel zijn door menselijk ingrijpen onze bossen gaan domineren (soorten als grove den, eik en beuk). Hierdoor verarmde de bodem, met als gevolg een sterk verarmde biodiversiteit, bodemfauna en veel uitspoeling van bufferende nutriënten zoals calcium en magnesium. Herstel van de bossen van droge, arme standplaatsen is noodzakelijk voor het behoud van leefgebieden van de typische bossoorten. Veel soorten, zoals sperwer, zwarte specht, hazelworm gaan hard achteruit. Herstel is ook van groot belang voor de gezondheid van bossen en daarmee duurzaam bosbeheer en bosbouw. De processen die plaatsvinden in de bodem, lijken de sleutel tot herstel van de biodiversiteit in het boslandschap op zand.

Onderzoek naar effecten rijk-strooiselsoorten

Bosgroep Zuid Nederland is daarom in 2016 begonnen met onderzoek naar de verschillende effecten van rijk-strooiselsoorten op arme zandgronden in Noord-Brabant. De gedachte achter dit onderzoek is dat door menging van de juiste soorten, de bodem kan verbeteren en de biodiversiteitontwikkeling van het bos op zandgrond weer perspectief krijgt.

Door een betere bodem zou het bodemleven kunnen opbloeien waardoor ook hoger in de voedselketen verbeteringen in gezondheid en diversiteit worden verwacht. Bosgroep Zuid Nederland voerde deze studie uit gesteund door provincie Noord-Brabant en in samenwerking met onderzoekcentrum B-Ware, Staatsbosbeheer, KU Leuven, Stichting Bargerveen en BSP.

Delen van de resultaten

In november verzamelden zich circa 60 professionals uit de wetenschappelijke wereld, bos- en natuurbeheer en beleid, in het Bomenpark in Heesch.

Tijdens deze informatiemiddag deelden we de resultaten van het onderzoek. De middag begon met de uiteenzetting van de belangrijkste conclusies van het project. Vervolgens bekeken we in het veld de verschillen in bodemontwikkeling tussen de verschillende boomsoorten, de rijk- en arm strooisel soorten.

Er was veel belangstelling voor de middag, uit Zuid- en Noord-Nederland maar ook uit Duitsland en België.

Conclusies geven waardevolle inzichten

Het project richtte zich op een aantal gebieden. De belangrijkste conclusies:

  • De aanwezigheid van rijk-strooisel producerende boomsoorten zoals winterlinde en Europese vogelkers, zorgen voor de aanwezigheid van regenwormen in de bodem en een rijke bodemfauna. Wanneer zuur-strooisel producerende bomen domineren, komen deze soorten niet in de bodem voor.
  • Door het betere strooisel en de omzetting van strooisel naar humus, zijn ook de humusprofielen en bodemvorming overduidelijk beter van kwaliteit onder rijk-strooiselsoorten. Ook de bodemkwaliteit zelf is vele malen beter. Dit uit zich onder andere in een betere bodembuffering met hogere pH en hogere calcium- en magnesiumgehalten.
  • De aanwezigheid van rijk-strooiselsoorten zoals winterlinde, Europese kers en haagbeuk draagt daarmee duidelijk bij aan een verbetering voor de bodemkwaliteit en het bodemleven en daarmee aan de biodiversiteit van het bosecosysteem en de robuustheid (klimaatbestendigheid) van het bos.

Nog onbeantwoorde vragen krijgen een plek in vervolgonderzoek

Er zijn enkele belangrijke conclusies getrokken, maar er zijn ook nog veel vragen. Een aantal van deze vragen komen aan bod in een reeds gestart vervolgonderzoek. Dit onderzoek focust zich onder andere op de effecten van boomsoorten met rijk-strooisel op de gezondheid van zomereik. Deze vervolgstudie en het afgeronde onderzoek leveren een waardevolle leidraad op voor bosbeheer ten aanzien van rijk-strooiselsoorten in verschillende situaties.

labels: