terug
Reserve -houtmachine

Tijdens de afgelopen FSC-training voor leden die via de Bosgroepen FSC-gecertificeerd zijn, sprak Marten de Groot van stichting Kwaliteit Bos, Natuur en Landschapswerk over de ontwikkelingen rond de ErBo-regeling en over het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen binnen deze regeling. In dit artikel komen de belangrijkste punten uit zijn presentatie aan bod.

In 1996 werd de Vrijwillige Erkenning Bosbouwambachtondernemingen (VEB) opgericht als voorbereiding op de Erkenningsregeling Bosaannemers (ErBo). De ErBo werd op 1 januari 1998 van kracht en was tot 2014 onderdeel van het Bosschap. In 2015 is de regeling ondergebracht bij stichting Kwaliteit Bos-, Natuur- en Landschapswerk (SKBNL) waarin opdrachtnemers (AVIH) en opdrachtgevers (VBNE) zijn verenigd.

De ErBo staat voor kwaliteit

De Erkenningsregeling Bosaannemers (ErBo) staat voor kwaliteit in boswerkzaamheden. Zo garandeert de ErBo: aandacht voor het milieu, goede en veilige arbeidsomstandigheden, duidelijke afspraken en adequate zorg voor (kwetsbare) planten en dieren.
Boseigenaren kunnen bij het aanbesteden van hun werkzaamheden gebruikmaken van de ‘Algemene voorwaarden van SKBNL voor de Aanneming van werken 2020’ en de ‘Algemene voorwaarden van SKBNL voor de Verkoop van Rondhout en Houtproducten 2020’. Zo geldt binnen de FSC certificering dat exploitatiewerken boven de 5.000 euro uitgevoerd moeten worden door een ErBo-erkende aannemer of een aannemer met Groenkeur of een gelijkwaardig keurmerk. Doel van deze eis is dat de betrokken aannemers voldoen aan eisen op het gebied van arbeidsomstandigheden, vorming, ontwikkeling, scholing van werknemers en bedrijfsvoering.

Nieuwe aandachtspunten

Zoals vaak met regelingen ontstaan er in de loop van tijd nieuwe aandachtspunten die vragen om een actualisatie. De SKBNL is dan ook van plan om de ErBo te evalueren en op termijn met een aanscherping te komen. De huidige dilemma’s spelen op het vlak van: te veel deelnemers in de ‘groene’ sector, betere kwaliteitsborging, uitbreiding naar natuur en landschap, zaagcertificaten en het gebruik van biologisch afbreekbare olie.

Biologisch afbreekbare olie

Het onderwerp ‘biologisch afbreekbare olie’ vraagt om extra aandacht. Vooral omdat het nogal eens tot discussie leidt tijdens een FSC audit. Zo is het in de praktijk niet altijd even duidelijk wanneer er met biologisch afbreekbare olie gewerkt dient te worden.
Hieronder staan de regels vanuit de ErBo met toelichting van Marten de Groot:

Er wordt uitsluitend met biologisch afbreekbare kettingolie gewerkt voor zowel, de harvesterkop als de motorkettingzaag.
Dit is eigenlijk ook wel logisch, omdat juist deze smeermiddelen in het milieu terechtkomen. Deze milieubelasting is dus eenvoudig te beperken en het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen hiervoor zijn niet nadelig voor de machines zelf of hun prestaties.

Er wordt uitsluitend met biologisch afbreekbare verliessmering gewerkt voor alle machines.
Ook deze voorwaarde is logisch, omdat ‘verliessmering’ verwijst naar de smeermiddelen die worden toegepast in de ‘vetnippels’ op de draaiende delen van machines. Deze lagers worden door gebruik warm, de smeermiddelen worden dunner en deels vloeibaar en lopen vervolgens de lagers uit, zo het milieu in. Ook hier zijn biologisch afbreekbare smeermiddelen prima toepasbaar.

Er wordt uitsluitend met biologisch afbreekbare hydraulische vloeistoffen en smeermiddelen gewerkt bij alle machines met een gesloten systeem en een productiedatum ná 1 januari 2018.
Bij dit punt ontstaat in de praktijk de meeste verwarring. Veel machines werken met hydraulisch aangedreven aanbouwwerktuigen. Denk bijvoorbeeld aan een knipper op een kraanarm of een bosfrees met hydraulische hefcilinders. In deze situaties loopt de hydrauliekolie van de machine door het aanbouwwerktuig.
Deze werktuigen worden aangesloten op verschillende machines en niet alle machines zijn geschikt voor biologisch afbreekbare (hydrauliek)olie. Om te voorkomen dat biologisch afbraakbare en niet biologisch afbreekbare oliën mengen, met als gevolg dat de machine kan vastlopen, kunnen biologisch smeermiddelen alleen in een gesloten systeem worden gebruikt.
Machines gebouwd ná januari 2018 zijn geschikt voor biologisch afbreekbare smeelmiddelen en oliën. Machines van vóór deze datum niet altijd. Vandaar deze specifieke vermelding in de regeling. Bij de oudere machines is het sterk aan te raden om olie absorberende middelen (doeken of korrels) bij de hand te hebben. Zo kan de uitvoerder er bij een onvoorziene calamiteit alles aan doen om de milieuschade zoveel mogelijk te beperken.

Alle ErBo-voorwaarden en richtlijnen rond het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen en oliën zijn er op gericht om de milieubelasting tot een minimum te beperken. En dat is dan weer een logische voorwaarde vanuit de FSC certificering.

Voor meer informatie over FSC-groepscertificering via de Unie van Bosgroepen, zie onze webpagina.