Succesvol van landbouw naar natuur

15 november 2017

Landbouwgrond omzetten in natuur blijkt vaak moeilijker dan gedacht. Hoe lees je het landschap zodat je kansen en knelpunten in kaart kunt brengen? Waar vind je informatie en wat kun je meten? Welke kritische vragen moet je stellen als je een uitvraag doet? Eind november start de praktische cursus van B-WARE en de Unie van Bosgroepen, er zijn nog een paar plekken vrij.

“Hoe voorkom je dat je na 5 jaar met de handen in het haar zit omdat er weer 80 hectare pitrus groeit?”

Meer weten? Kijk op de website van B-WARE of lees hoe oud-deelnemer Henk Hut, senior ecoloog Staatsbosbeheer, terugkijkt op de cursus:

“Alle terreinbeheerders stoeien ermee: hoe ga je om met nieuw verworven gronden? Als je landbouwgrond om gaat zetten in ‘natuur’, dan verandert de functie maar niet meteen de bodem, het grondwater en de voedselrijkdom. Die zijn alles behalve ideaal. Erg lastig, vind ik. Hoe krijg je een realistisch beeld van potenties op de locatie waar je bij betrokken wordt? En hoe voorkom je dat je na 5 jaar met de handen in het haar zit omdat er weer 80 hectare pitrus groeit?

Deze cursus is heel praktisch ingestoken. Naast inzicht in essentiële processen van bodemkunde, ecohydrologie en vegetatiekundige randvoorwaarden is er ook een praktijkgedeelte. Je gaat een gebied in, boren, interpreteren en keuzes maken. Dat zet je met de voeten op de grond: wat moet ik weten om iets over de potenties te zeggen? Het is geen kwestie van lukraak standaard parameters meten. Ieder gebied is weer anders, er zijn zo veel processen van invloed. Heel ontnuchterend.

Het is niet perse makkelijker geworden, wel duidelijker. Je krijgt beter inzicht in een gebied, de abiotische processen en de geschiedenis van een terrein, en daardoor welke potenties op de lange termijn realistisch zijn. En Harm Smeenge is een boeiende verteller en praktijkdocent!”

labels:

gerelateerd