Nut en noodzaak van bescherming jonge aanplant tegen wildschade

19 oktober 2019

Een belangrijke factor voor het al dan niet slagen van bosverjonging is wildschade; oftewel de mate waarin herten, reeën, varkens, hazen, konijnen en ander wild de verjonging in het bos beschadigen. Welke manieren en middelen zijn er om te voorkomen dat de boompjes van de toekomst te grazen worden genomen? En hoe zou je kunnen komen tot een balans waarbij wildbescherming minder noodzakelijk is?

Wild kan de verjonging in het bos ernstig beschadigen of zelfs helemaal teniet doen. Met een hoge wilddruk in veel van onze bossen is wildbescherming vaak een belangrijk onderwerp voor een eigenaar of bosbeheerder. Er zijn vele soorten wildbescherming op de markt. Iedere vorm kent een eigen toepassing en specifiek beschermingsdoel. In essentie gaat het om het voorkomen van vreet-, veeg- en schilschade, of een combinatie daarvan. We onderscheiden twee soorten wildbescherming; collectieve en individuele bescherming. Iedere vorm kent voor- en nadelen en uiteraard een eigen kostenplaatje. Waar men voor kiest is afhankelijk van de oppervlakte, het aantal te beschermen bomen en de persoonlijke voorkeur.

Collectieve bescherming

Geogrid met bamboe omheining

Bij collectieve wildbescherming gaat het om het beschermen van grote groepen jonge aanplant via bijvoorbeeld een klassiek wildraster met gaas, een houten hekwerk, of een kunststof raster. Hiermee is een deel van het bos letterlijk afgesloten, en daarmee niet toegankelijk. Afhankelijk van de keuze is het raster meer of minder beeldbepalend. De wijze van uitvoering van een dergelijk raster wordt bepaald door de wildsoorten waartegen de jonge bomen beschermd moet worden.

Individuele boombescherming

Bij kleinschalige aanplantingen is het vaak interessanter om te kiezen voor individuele boombescherming. De meest gebruikte individuele beschermingsmiddelen zijn netkokers en plantkokers. Maar ook spiralen, topscheutbescherming en geurstoffen zijn inzetbaar.

Kokers voorkomen vraat- en veegschade

Kleurrijke plantkokers

De kokers zijn zeer geschikt om vraat- en veegschade te voorkomen. Voor sommige bezoekers aan het bos zijn ze echter een doorn in het oog. Belangrijk dus om uit te leggen waarom ze daar staan. Dat ze mede zorgen dat het bos van de toekomst zich optimaal kan ontwikkelen. Dat ze boompjes beschermen die heel waardevol gaan zijn voor en in het bos. Want het gaat om soorten die bijdragen aan bodemherstel en tegelijk ontzettend belangrijk zijn voor allerlei dieren en insecten. De kokers staan er bovendien maar tijdelijk. Als de jonge boompjes groot en sterk genoeg zijn, kunnen de kokers weg. Door te kiezen voor een zo natuurlijk mogelijke kleur, vallen ze zo min mogelijk op, maar ze blijven wel zichtbaar. Het ziet er misschien een beetje vreemd uit, die kokers in het bos, maar ze dienen absoluut een belangrijk doel. De hoogte en uitvoering van de boomkokers wordt net als bij de collectieve bescherming bepaald door de wildsoorten waartegen de boompjes beschermd moeten worden. Waar een hoogte van 1,50 meter voldoet tegen reeën, zal een koker voor bescherming tegen edelherten wel 2,00 meter hoog moeten zijn.

Beschermen tegen veegschade

IJzerboompje tegen veegschade

Bij boomsoorten die weinig last hebben van vraatschade of bij groter plantsoen kan het nuttig zijn om de bosverjonging enkel te beschermen tegen veegschade. Veegschade ontstaat wanneer mannetjesherten en reebokken met hun gewei tegen jonge, buigzame bomen met laaghangende takken schuren. Beschermingsmiddelen zijn dan bamboestokken, ijzerbomen en spiralen. Het maakt de boompjes niet flexibel waardoor ze minder in trek zijn bij reeën. IJzerbomen zijn ijzeren paaltjes met horizontale stangen die de ree prikken bij veegpogingen. Als er naast bescherming tegen veegschade door reeën ook bescherming tegen hazen en konijnen nodig is, dan kan een beheerder ervoor kiezen om de bosverjonging te beschermen met spiralen die om de stam worden bevestigd. Een spiraal klemt de boom niet af en beweegt mee met de groei van de boom.

Alleen de topscheut beschermen

Cactusknijper en tape beschermen topscheut

Bij een lage wilddruk en de wens om vooral de topscheut van de bosverjonging te beschermen tegen vraat van reeën, is het ook een optie om puur de topscheut te beschermen. Bijvoorbeeld met een cactusknijper of schilderstape. Beide beschermingsmiddelen zijn voornamelijk in de winter toepasbaar, maar ze zijn niet altijd even effectief.

Geurstoffen
Een laatste middel van boombescherming is het gebruik van geurstoffen. Schapenwol laat goede resultaten zien, maar vaak verversen is hier belangrijk. De schapenwol bevestigt men aan de topscheut. Ook de toepassing van de geurstof Certosan is een mogelijkheid. Dit is een biologisch beschermingsmiddel op basis van bloedmeel.

Idealiter is wildbescherming niet nodig

Spiraal om jonge boomstam

Welke keuze een beheerder ook maakt, wildbescherming vraagt een investering in tijd en geld en het is beeldbepalend in het bos. Dat maakt de vraag ‘hoe kunnen we de noodzaak om te kiezen voor wildbeschermingsmiddelen wegnemen?’ meer dan interessant. Factoren als wilddruk, jachtplanning en voedselaanbod spelen daarbij een belangrijke rol. Het verhogen van het voedselaanbod kan bijvoorbeeld door meer structuur in het bos te realiseren met een goede struik- en kruidlaag. Daarnaast is het gericht bejagen van toekomstige verjongingsgebieden en het onder controle houden van de wildstand te overwegen. Idealiter kom je tot een balans waarbij het minder of niet noodzakelijk is om wildbescherming in te zetten. Ook dat is iets dat we bij de Bosgroepen binnen allerlei projecten bekijken en onderzoeken.

Binnen het project eco2eco heeft Bosgroep Zuid Nederland volop geëxperimenteerd met wildbescherming. Op basis daarvan verscheen er een gedetailleerd artikel in het Vakblad Natuur, Bos en Landschap.

Dit bericht is ook verschenen op Nature Today; nieuws uit de natuur in Nederland.
Foto’s: Hans van Lommel (leadfoto: dubbelmazige en enkelmazige netkoker)

labels: , , , , ,