Naar een gezonde bosbodem op zandgrond

Een gezonde bosbodem is een vereiste voor een goed functionerend en weerbaar, oftewel veerkrachtig bos. Met een veranderend klimaat en daarmee extremere omstandigheden is dat essentieel voor onze bossen. Maar, op de arme zandgronden, waar we bij veel van onze Nederlandse bossen mee te maken hebben, is dat best een uitdaging. En dat roept vragen op, want wat is een gezonde bosbodem eigenlijk en hoe kun je als eigenaar of beheerder bijdragen aan een zo goed mogelijk functionerend bodemsysteem?

winterlinde

De bodem is de basis

Om die vragen te beantwoorden moeten we eerst terug naar het begin. Oorspronkelijk waren er in Nederland gemengde bossen, met daarin de linde en eik dominant aanwezig. Maar ook soorten als de iep, de zoete kers en de hazelaar waren rijk vertegenwoordigd.
Door menselijk gebruik is de bodemsamenstelling door de jaren heen echter ernstig verstoord. Mensen stuurden de bossamenstelling naar meer eik en beuk, vanwege de gebruikswaarden van deze houtsoorten en de eikels en beukennootjes die als voedselbron dienden voor de zwijnen. Daarna volgde overexploitatie doordat er meer geoogst werd dan er bijgroeide. Dit veranderde de bossen uiteindelijk tot heiden en stuifzand. Bosherstel kwam er met het massaal planten van naaldbomen (productiebossen) die op hun beurt te maken kregen met depositie van zwavel en stikstof.

Daardoor hebben we nu te maken hebben met arme en verzuurde zandgronden die niet meer in staat zijn om voldoende vocht en voedingstoffen vast te houden. Dat maakt onze bossen kwetsbaar en die kwetsbaarheid wordt steeds vaker pijnlijk zichtbaar. Denk aan de eikensterfte, de forse stormschade van afgelopen januari en zeker ook de gevolgen van de extreme droogte van de afgelopen maanden. Onze bossen kunnen zichzelf onvoldoende beschermen en zijn zichtbaar niet goed bestand tegen de veranderende omstandigheden. Het goede nieuws is dat we onze bossen kunnen helpen om weerbaarder te worden.

esdoorn

Rijk-strooiselsoorten kunnen het verschil maken

Het gemiddelde Nederlandse bos bestaat nu veelal uit soorten die de bodem sterk verzuren. Naaldbomen, zoals de lariks en de grove den. Maar ook de eik en de beuk doen een flinke zure duit in het zakje. Via ons reguliere beheer en de projecten die we realiseren in opdracht van de provincie Noord-Brabant en de Europese Unie, beschikken we inmiddels over een flinke dosis kennis over de bosbodem. We werken veel samen met kennisinstellingen zoals Wageningen University & Research, Hogeschool van Hall Larenstein, HAS Hogeschool, de Katholieke Universiteit Leuven en partners zoals B-ware en stichting Bargerveen. Zo hebben we een goed beeld ontwikkeld van wat er nodig en mogelijk is om de bosbodem op arme zandgronden te helpen.

Onderzoek laat namelijk zien dat het toevoegen van rijk-strooiselsoorten het verschil kan maken. Daar waar rijk-strooiselsoorten de afgelopen decennia zijn aangeplant, zien we duidelijk een minder dikke strooisellaag en juist meer organisch materiaal in de bovengrond. Dat maakt een betere vochtvoorziening en een adequate opslag van voedingsstoffen mogelijk. En dat is precies wat we willen! Achterover zitten is wat ons betreft dus geen optie, want we kunnen als beheerders en eigenaren absoluut iets doen om de bosbodems op arme zandgronden en daarmee de kwaliteit en weerbaarheid van onze bossen te verbeteren.

Wat is een gezonde bosbodem?

Daar waar een arme bodem grijs van kleur is, vaak een forse strooisellaag heeft en vocht en voedingstoffen niet goed kan vasthouden, laat een gezonde bosbodem een heel ander beeld zien. Die is juist bruin van kleur, heeft een dunne strooisellaag en houdt de bodemrijkdom in stand door vocht en voedingsstoffen op te slaan. De uitdaging is dus om het oorspronkelijke proces van de bodem te herstellen. Maar hoe doe je dat?

Op weg naar een gezonde bosbodem

De kansen zitten hem voornamelijk in het toevoegen van boom- en struiksoorten die in staat zijn om de gedegradeerde bodem weer in de juiste balans te krijgen. Soorten die via hun rijk strooisel voedingsstoffen (nutriënten, zoals calcium en kalium) aan de bodem teruggeven. Dat noemen we ook wel de nutriëntenpomp en die moeten we weer op gang zien te krijgen. Hoe meer rijk-strooiselsoorten aanwezig zijn, hoe sneller het proces verloopt. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging tussen kosten, gewenste snelheid en de hoeveelheid planten die je dan nodig hebt.

arme grond met dennen

Het doel is de juiste balans verkrijgen

Vooropgesteld gaat het ons zéker niet om een volledige omvorming, het gaat om het realiseren van de juiste balans. We adviseren dus niet om het hele bos te vervangen. Integendeel. Het doel is om voldoende zaadbomen in te brengen zodat deze bij de volgende generatie verder uitzaaien. Dat zaad kiemt dan in een bosbodem die door de rijk-strooiselsoorten rijker is dan nu en een veel dunnere strooisellaag heeft. Op die manier werk je stapsgewijs toe naar een gezonde bosontwikkeling waarin bomen van verschillende soorten en leeftijden door elkaar heen staan. Een alternatief is om volledig vlakdekkend onder te planten, maar dat vraagt een te grote investering en bovendien krijg je dan een gelijkjarig bos, wat niet onze voorkeur heeft.

De vuistregel die wij hanteren bij het inbrengen van zaadbomen is als volgt: zorg in elke kwart hectare voor minimaal een zaadboom van alle gewenste soorten. Dan verkrijg je voldoende zaailingen voor een volgende generatie waarin de rijk-strooiselsoorten het kronendak domineren.

jonge aanplant

Welke soorten zijn geschikt en hoe integreer je ze het beste?

Qua soorten adviseren wij vooral de linde, de esdoorn, de hazelaar, de fladderiep, de ratelpopulier, de es, de zoete kers, de Europese vogelkers en de haagbeuk. Daarnaast zijn er de soorten die vaak al in de bossen aanwezig zijn en die ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een gezonde bosbodem. Denk daarbij aan de berk en de Amerikaanse vogelkers. Het is de overweging waard om deze soorten, waar dit past in de beheerdoelstellingen, meer ruimte te geven in het bos dan nu gebruikelijk is. Wanneer houtproductie met naaldboomsoorten een rol speelt, weet dan dat de douglas het beste strooisel heeft.

Er zijn allerlei manieren om rijk-strooiselsoorten te planten. We zien doorgaans dat het planten onder scherm het meest succesvol is. De meeste rijk-strooiselsoorten zijn zeer schaduwtolerant en doen het ook bij minder ideale omstandigheden goed onder scherm. De droogte van de afgelopen maanden heeft die ervaring opnieuw bevestigd, zowel bij natuurlijke verjonging als bij aanplant.

Wat betekent dit voor het beheer, de kosten en de opbrengst?

Een aanvulling in soorten bomen betekent automatisch ook iets voor het beheer. In plaats van een opstandsgewijze aanpak, kies je bij een gemengd bos meer voor een pleksgewijze of boomsgewijze benadering. Als de focus verschuift van naaldhout naar de productie van hoogwaardige stammen loofhout, dan kies je dus voor toekomstbomen die de ruimte krijgen om een grote kroon te ontwikkelen.

winterlinde

Daar waar de opbrengst van de exploitatie van naaldbomen doorgaans uit een groot aantal m3 komt, verkrijgen we die bij loofbomen meestal uit een hogere prijs voor het hout dat geschikt is voor een hoogwaardige toepassing. Uiteraard is er een extra investering nodig om de rijk-strooiselsoorten in het bos te krijgen. Gelukkig is het in sommige gevallen mogelijk om gebruik te maken van ondersteuning door de provincie en de Europese Unie.

Het project eco2eco is daarvan een voorbeeld. Dit project leert ons dat de beheerkosten van bossen gericht op kwaliteits (loof) hout vergelijkbaar zijn met de gangbare beheerskosten. Een individuele boom vraagt weliswaar om een intensievere begeleiding, maar op bosniveau beheer je juist extensiever doordat je alleen kosten maakt gericht op een laag aantal, zo’n 40 stuks toekomstbomen per hectare. Ook qua kosten en baten is de juiste balans dus te vinden.

Waardevolle neveneffecten

Met de toevoeging van de rijk-strooiselsoorten in het bos bereiken we niet alleen een betere bosbodem en daardoor een gezonder, weerbaarder bos. We creëren ook kansen op gebied van de biodiversiteit. De aanplant van rijk-strooiselsoorten kan immers leiden tot een intensieve soortenontwikkeling en kleinschalige structuurontwikkeling. Twee onmisbare elementen die aan de basis liggen van de biodiversiteitsontwikkeling in het bos. Een win-win situatie dus.

Partnerexcursie met aandacht voor de bodem

Concluderend

Kortom, de toevoeging van rijk-strooiselsoorten in bossen op arme zandgronden is op meerdere vlakken en om verscheidene redenen interessant. Wat ons betreft is het een cruciale stap die mede zal bepalen of een bos in staat zal zijn om toekomstige uitdagingen te trotseren en zich op de lange termijn gezond en weerbaar te kunnen handhaven.

Heeft u nog vragen of behoefte aan advies?

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden om rijk-strooiselsoorten in uw bos te integreren, of heeft u behoefte aan advies over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met uw Bosgroep. We vertellen u er graag meer over en kunnen samen met u bekijken welke mogelijkheden er wellicht zijn om via (gesubsidieerde) projecten stappen te zetten.
Wilt u meer informatie over de bodem in onze bossen? Op de site van boseco.nl (een initiatief van Bosgroep Zuid Nederland) leest u alles over een gezond en toekomstbestendig bos op zandgrond. Ook is er op onze website onlangs aandacht besteed aan het voorkomen van bodemverdichting.  Hier kunt u dit visie-artikel over bodemverdichting (terug)lezen. Alle eerder verschenen visie-artikelen, over uiteenlopende actuele onderwerpen, vindt u op onze website onder de kop 'Samen dieper de inhoud in'.

Benieuwd naar úw mening

We willen graag weten hoe u over dit onderwerp denkt. Neemt u maatregelen om de bosbodem gezond(er) te maken/houden? Wat zijn uw overwegingen daarbij? Maakt u gebruik van rijk-strooiselsoorten?
Via een aantal korte vragen kunt u ons vertellen wat uw visie is.

Klik hieronder om de korte vragenlijst in te vullen.

Klik hier om de vragenlijst te openen

Contact

Heeft u behoefte aan meer informatie over de mogelijkheden voor uw specifieke situatie? Neem dan gerust contact met ons op!

labels: , , , , ,

Eén reactie op “Naar een gezonde bosbodem op zandgrond”

  1. Rob Philipsen schreef:

    Beste collega,
    Prima verhaal! Een gezonde bodem draagt bij tot mooier bos.
    Wel mis ik het verhaal over een evenwichtiger mineralenbalans.

    Toelichting:
    De bossen van de gemeente Epe zijn jonge heideontginningen, die eeuwenlang zijn verschraald. (Potstallensysteem). Kenmerkend voor onze bodem is, dat er van nature geen mineralen meer in de bodem aanwezig zijn. Elders zijn de bodems vaak nog zwaklemig, zodat door verwering nog wel mineralen vrij kunnen komen Dit is dit in Epe dus vaak niet het geval. De ontginningsaanplant, van voornamelijk grove dennen bos heeft de nutriëntenpomp inderdaad niet op gang gebracht. Hierdoor is mineralenbalans verder verslechterd door een toename van stikstof. M.i. is voor een gevarieerd en vitaal, productief, bos aanvulling van mineralen noodzakelijk! Dit gebeurd in Epe alleen als de noodzaak blijkt uit een bodemanalyse. Gezien de voorgeschiedenis betreft het hier een correcte van de nutriëntenbalans”.

    Uiteraard is het uitgangspunt, dat de bodemontwikkeling het liefst op een natuurlijke manier wordt bevorderd. O.a. door strooisel verbeterende houtsoorten zoals esdoorn, Douglas en berk. (T.z.t. linde). Aanplant hiervan gebeurd op grote schaal.

    “Waar niets is, kan een boom niets brengen”. (Uitspraak C.P. van Goor)…..

    Vr.gr.

    Rob

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

gerelateerd