Meten is weten in het bosbeheer

16 oktober 2014

Dit voorjaar heeft Bosgroep Noord-Oost Nederland een inventarisatie uitgevoerd in twee polderbossen van Natuurmonumenten: het Voorsterbos en het Harderbos. Ook in Boschoord, een terrein van de Maatschappij van Weldadigheid, is zo’n inventarisatie uitgevoerd. Daarbij wordt onder andere de houtvoorraad onder de loep genomen. De inventarisatie maakt vooral ruimtelijke verschillen binnen het terrein duidelijk. Met die informatie kan een beheerder duidelijke keuzes maken en kan er meer gestuurd worden op een verantwoorde houtoogst en op behoud van kwaliteit in de bosopstanden. Steeds meer leden van de Bosgroepen worden op deze manier ondersteund bij het maken van keuzes in hun bosbeheer.

De gemiddelde voorraad van het Voorsterbos is 365 m3/ha. Van het Harderbos is dat nog hoger: 372 m3/ha. Ter referentie: de gemiddelde voorraad van het Nederlandse bos is nog geen 200 m3/ha. Zonder overdrijven kan worden gesteld, dat deze polderbossen nogal vol staan! In beide bosgebieden blijkt de lopende bijgroei ruim 14 m3/ha/jr te zijn. Dat terwijl de gemiddelde bijgroei van het Nederlandse bos 8 m3/ha/jr bedraagt. De bijgroei van deze bossen op rijke groeiplaats is uitzonderlijk goed. Samen met de hoge voorraden biedt dat volop mogelijkheden om hout te oogsten. Door de bijgroei te concentreren op mooie bomen, zal zich een bos ontwikkelen van indrukwekkende woudreuzen.

De uitkomst in Boschoord op een doorsnee groeiplaats is vanzelfsprekend minder spectaculair. De gemiddelde voorraad is met 265 m3/ha wel wat hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat geldt ook voor de bijgroei. Die blijkt gemiddeld 10 m3/ha/jr te zijn. Interessanter dan het gemiddelde zijn juist de ruimtelijke verschillen. De volgende kaart geeft inzicht in de verschillen in grondvlak. Het grondvlak is een maat voor de dichtheid van het bos.

 

De uitkomsten worden ook gebruikt om keuzen te maken in beheermaatregelen. In een kaartbeeld ziet dat er voor een gedeelte van Boschoord als volgt uit:

 

De afdelingen waar eindkap wordt toegepast blijken in bijgroei en doorgaans ook in voorraad dermate slecht te scoren, dat de conclusie gerechtvaardigd is, dat het bos slecht functioneert op gebied van houtproductie.

Voor de beheerder is het veel makkelijker om met behulp van deze cijfermatige onderbouwing stevige keuzes in het beheer te maken. Jacob Kruijer, beheerder van Boschoord: ‘Wij hadden voorheen de neiging om bij dunning nogal voorzichtig te blessen. We weten nu met cijfermatige onderbouwing, dat het best wat steviger kan. Dat heeft een gunstig effect op onze inkomsten uit houtverkoop. Ook is er een aantal opstanden, waar we niet zo goed raad mee wisten wat beheer betreft. Gevoelsmatig had ik wel het idee dat ze zo langzamerhand aan eindkap toe waren. De beslissing erover werd echter steeds uitgesteld. Nu duidelijk is geworden dat sommige afdelingen nauwelijk meer bijgroeien, is het makkelijker om tot eindkap over te gaan. Daarmee doen we ook daadwerkelijk iets aan de ‘vergrijzing’ van het bos.”

Heeft u ook interesse in een inventarisatie van de houtvoorraad in uw bos? Neem dan contact op met uw regiobeheerder.

labels: , , , , , ,

gerelateerd