LESA in Smoddebos verklaart verandering soortenrijkdom

4 december 2017

Het Smoddebos (nabij Oldenzaal) is een bijzonder eiken-haagbeukenbos met een uitbundige soortenrijkdom. Maar die soortenrijkdom neemt de laatste jaren af, menen omwonenden en andere gebiedsdeskundigen. In opdracht van de provincie Overijssel voerden de Bosgroepen een onderzoek uit. Niet alleen brachten we het systeem zelf in kaart, ook het historisch grondgebruik.

De kern van het Smoddebos is in beheer van Natuurmonumenten. De rest van het bos is eigendom van een particuliere eigenaar. De rijke ondergroei is te danken aan de leemgrond (die zorgt voor vochtige, gebufferde omstandigheden) en de boomsoortensamenstelling. Bijzonder aan het Smoddebos is dat de kern van het gebied is aangewezen als “bosreservaat”: er vindt geen beheer plaats.

Onderzoek naar humusprofielen.

Het onderzoek

De afgelopen 60 jaar is een grote hoeveelheid vegetatiegegevens in het Smoddebos verzameld. Die gegevens gaven een idee van de soortverandering. Een landschapsecologische systeemanalyse (LESA) gaf inzicht in het functioneren van het bos en daarmee de mogelijke oorzaken van deze soortenverandering.

Naast het onderzoek in het veld, zijn omwonenden geïnterviewd vanwege hun kennis over het vroegere landgebruik. Ook dat kan verklaren waarom de soortenrijkdom verandert. Het onderzoek laat de kracht zien van het combineren van verschillende disciplines: vegetatie, bodem, hydrologie en cultuurhistorie.

Van hooiland naar bos

Het bos is relatief jong en aangeplant. Vroeger bestond het gebied uit twee omwalde hooilanden in de heide. De wallen moesten de schapen weren. Op deze brede, leemhoudende wallen groeiden al bijzondere bosplanten. Tussen 1848 en 1900 zijn de gemeenschappelijke gronden verder in cultuur gebracht. Er werden greppels gegraven en bos aangeplant ten behoeve van de steenfabriek. Enkele greppels hebben nu een lokaal verdrogend effect.

Bladstrooisel bepaalt vegetatie

Slanke sleutelbloem, een kenmerkende soort in het Smoddebos.

Door de zware keileem wisselen de waterstanden in het gebied sterk. In de winter staan de laagste delen blank. Vooral het bosreservaat ligt dan onder water. De bodem is hier kalkrijk. Daardoor is het bodemleven actief en wordt bladstrooisel snel afgebroken. Dat is gunstig voor de kenmerkende soorten van het Smoddebos, zoals slanke sleutelbloem.

De hogere en drogere delen zijn minder kalkrijk zodat het bladstrooisel van nature langer blijft liggen. Vroeger werd de afbraak van dat bladstrooisel nog gestimuleerd door het kleinschalige beheer: met de hand werd er kleinschalig gehakt voor de steenfabriek. Het gesleep met takken zorgde voor omwoeling van de bosbodem zodat zuurstof in de bodem kwam en de afbraak van bladstrooisel werd gestimuleerd.

 

Actief bosbeheer

Het vegetatieonderzoek bevestigt dat kenmerkende soorten zoals slanke sleutelbloem zich terugtrekken naar de kern van het gebied, waar dus minder blad ophoopt. In de hoger gelegen delen zal de bijzondere flora baat hebben bij actief bosbeheer. Werken met lier of paard bevordert de strooiselomzetting op een goede manier. Ook een verschuiving van boomsoortensamenstelling naar meer bomen met rijk (goed afbreekbaar) strooisel kan daaraan bijdragen. Denk daarbij aan hazelaar, iep, zoete kers en es.

Lees het rapport >

Naast de Bosgroepen hebben diverse onderzoekers een bijdrage geleverd aan dit onderzoek: Henk Koop (Ecobus), Rein de Waal (Alterra), Everhard van Essen (Aequator) en René Buijs (BuijsHydro).

labels: , ,

gerelateerd