Hoe doorbreek je de dominantie van Amerikaanse vogelkers in bossen?

26 oktober 2021

Onze bossen vervullen essentiële maatschappelijke functies. Ze zijn een thuis voor planten en dieren, filteren de lucht die we inademen, zuiveren ons water, bieden ontspanning, leggen koolstof vast en produceren hout. Een gezond, goed ontwikkeld bosecosysteem is daarmee voor iedereen belangrijk. Dus wat doe je, als een invasieve exoot zoals Amerikaanse vogelkers een bosecosysteem serieus bedreigt?

Het is een vraag waar menig beheerder, eigenaar en natuurvrijwilliger mee worstelt. Want er zijn steeds meer exoten die zich invasief gedragen. Zo ook in onze bossen, waar de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) in grote aantallen voorkomt en nadrukkelijk zijn plek opeist. Deze dominantie gaat vaak ten koste van inheemse soorten. Dat kan een forse impact hebben op het totale bosecosysteem en de biodiversiteit. Bestrijden blijkt doorgaans niet het gewenste resultaat op te leveren.
Met een innovatieve ecosysteemaanpak die gericht is op het doorbreken en voorkomen van dominantie, is een zeer welkom en interessant alternatief voor handen. Deze natuurlijke aanpak staat centraal in het project LIFE Resilias.

Van welkome aanwinst naar bospest

“Om het probleem met Amerikaanse vogelkers aan te pakken, is het belangrijk om te begrijpen hoe die dominantie eigenlijk is ontstaan”, begint Bart Nyssen zijn verhaal. Als bosecoloog bij Bosgroep Zuid Nederland, een van de partners van LIFE Resilias, is hij nauw betrokken bij het project en verantwoordelijk voor het onderdeel Amerikaanse vogelkers.

“Amerikaanse vogelkers is destijds in onze bossen geïntroduceerd vanwege zijn waardevolle eigenschappen. Het was vooral zijn rijke strooisel wat hem interessant maakte als aanvulling, omdat deze substantieel bijdraagt aan het verrijken van de bodem. Daarnaast waren de jonge, nieuw geplante naaldbossen erg kwetsbaar voor brand en insectenplagen. Door de naaldbomen, meestal grove den, te mengen met loofboomsoorten, waaronder Amerikaanse vogelkers, werd de verspreiding van zowel brand als plagen tegengegaan”, vertelt Bart.

“Amerikaanse vogelkers deed het echter zo goed in onze bossen, dat hij uiteindelijk de naam ‘bospest’ kreeg. Deze pionier verjongt zich namelijk uitermate makkelijk en profiteert optimaal van het beschikbare licht in onze vaak gelijkjarige bossen. De zaailingen groeien harder dan die van grove den en eik. Het resultaat: opstanden vol met vogelkers die deze belangrijke bosbouwsoorten verdrongen. De voordelen wogen toen niet meer op tegen de nadelen”, legt Bart uit.

Vogelkers dominant onder grove den (Bron: Jan den ouden)

Intensief bestrijden leverde niet het gewenste resultaat

Voor veel bosbeheerders was dit een ongewenste ontwikkeling. Daarom koos men jarenlang voor het intensief bestrijden van de soort. Van uittrekken of omknakken tot behandelen met glyfosaat, en machinaal verwijderen; van alles is geprobeerd. Bestrijden bleek echter niet alleen enorm tijdrovend en kostbaar, maar ook nauwelijks effectief.

“Inmiddels beseffen we dat het niet haalbaar is om de Amerikaanse vogelkers volledig uit de bossen te verwijderen”, vertelt Bart verder. “Het is overigens de vraag of dat ook noodzakelijk is, gezien zijn vermogen om de arme en verzuurde bosbodem te verbeteren. Het is wel belangrijk, en ook heel goed mogelijk, om toe te werken naar een balans waarbij het ecosysteem met inheemse soorten krachtig genoeg is om dominantie van de Amerikaanse vogelkers te voorkomen. Dat noemen we de ecosysteemaanpak. Je zet daarbij dus niet in op bestrijden van een ongewenste soort, maar gaat op natuurlijke wijze aan de slag met een beheer gericht op het versterken van de veerkracht van het ecosysteem”, benadrukt Bart.

In het project LIFE Resilias laten projectpartners Bosgroep Zuid Nederland en Stichting Bargerveen zien hoe dat in zijn werk gaat en wat er nodig is in het beheer. Amerikaanse vogelkers is daarbij één van de voorbeeldsoorten.

De waardevolle bijdrage van Amerikaanse vogelkers aan de bodem is hier goed te zien. Het strooisel onder zomereik (links) en ruwe berk (midden) is veel minder goed afgebroken dan bij vogelkers (rechts) waar het strooisel zichtbaar beter is verwerkt en opgenomen in de bodem. Daar zie je dus een beduidend minder dikke strooisellaag. (Bron: Bart Nyssen)

Meer veerkracht voorkomt dominantie; de ecosysteemaanpak

Wijdverspreide exoten volledig wegkrijgen is nagenoeg niet haalbaar gebleken. Zeker niet zonder ook het ecosysteem zelf aan te pakken. Binnen de ecosysteemaanpak is het volledig elimineren van de invasieve exoot dus geen doel! Het is effectiever om te kijken hoe je bos en natuur zo kunt beheren dat het ecosysteem sterk genoeg is om bedreiging van een exoot voor de inheemse flora en fauna te voorkomen. De exoot krijgt daarmee als het ware een plek in het ecosysteem, maar zonder dat hij forse schade toebrengt aan het systeem en de biodiversiteit.

In de wetenschap heet de ecosysteemaanpak ‘Ecosystem Resilience Approach’ (ERA). In deze aanpak ga je op zoek naar de zwakke plekken van de exoot en het ecosysteem. Vervolgens speel je hierop in met beheermaatregelen, zodat je het ecosysteem zodanig versterkt, dat het er zelf voor zorgt dat de exoot niet kan domineren. Dat kan bijvoorbeeld door inheemse soorten in te brengen die de concurrentie met de exoot aan kunnen gaan, omdat ze iets wegnemen wat de exoot nodig heeft om succesvol te zijn. Dit kan een overmaat aan licht zijn, zoals bij de Amerikaanse vogelkers het geval is.

De ecosysteemaanpak biedt daarmee een oplossing voor het terugdringen van de invasieve exoot, waarbij we tegelijk hun aanwezigheid in het ecosysteem accepteren.

De ecosysteemaanpak van Amerikaanse vogelkers in bossen

“Om te komen tot de juiste aanpak van Amerikaanse vogelkers is het van belang om te beseffen dat dominantie van deze boomsoort mogelijk is doordat onze bosecosystemen sterk verarmd zijn”, vertelt Bart Nyssen verder. “We hebben vaak te maken met ongemengde bossen zonder leeftijdsvariatie, met boomsoorten waarvan de kronen veel licht doorlaten. Pioniersoorten zoals de Amerikaanse vogelkers maken gretig gebruik van de grote hoeveelheid licht en breiden zich in rap tempo uit. Voor je het weet gedraagt hij zich invasief. Het is dus belangrijk om in onze bossen toe te werken naar meer volwassen en veerkrachtige bosecosystemen, die bestaan uit vele boomsoorten”, legt Bart uit.

Een focus op meer variatie dus, met naast de pioniers ook de opvolgersoorten. Deze laatste kunnen zich meestal bij weinig licht vestigen en veroorzaken veel schaduw wanneer ze volwassen zijn. Bovendien komen in deze bossen bomen en struiken van verschillende leeftijden voor, waardoor een gelaagde bosstructuur ontstaat en er beduidend minder licht op de bosbodem valt. De Amerikaanse vogelkers krijgt dan veel minder kans om zich invasief te gaan gedragen en bevordert zelf ook de vestiging van inheemse schaduwtolerante boomsoorten, door de toegenomen schaduw en verbeterde strooiselomzetting. Voorwaarde is wel dat daarvan dan zaadbomen in het bos aanwezig zijn.

Inheemse verjonging onder vogelkers, voornamelijk esdoorn, lijsterbes, hazelaar en es. Vogelkers zelf ontbreekt vrijwel volledig (Bron: Bart Nyssen)

Herintroductie inheemse soorten
“Kortgezegd bestaat de ecosysteemaanpak van Amerikaanse vogelkers dus uit het bevorderen van de successie naar meer volwassen bos”, gaat Bart verder. “Dat doen we door de herintroductie van inheemse ontbrekende boom- en struiksoorten. We maken hierbij gebruik van kleinschalig bosbeheer. Dit versterkt de gelaagdheid van het bos en voorkomt dat grote lichthoeveelheden de verjonging van de invasieve boomsoorten kan bevorderen.”

Qua soorten kan je dan denken aan schaduwtolerante bomen zoals de winterlinde (Tilia cordata), haagbeuk (Carpinus betulus), beuk (Fagus sylvatica), fladderiep (Ulmus laevis), esdoorn (Acer spp.) en hazelaar (Corylus avellana). Ook de snelgroeiende bomen zoals ratelpopulier (Populus tremula), berk (Betula spp.), boswilg (Salix caprea) en boskers (Prunus avium) komen in aanmerking.

Kleinschalig bosbeheer
“Het kleinschalig bosbeheer bestaat uit het vermijden van grootschalige kap, pleksgewijze verjonging, selectie in de verjonging (knippen en breken) en selectie en vrijstellen van toekomstbomen”, legt Bart uit. “Hiermee heeft de bosbeheerder tools om het aandeel invasieve boomsoorten te reguleren in de overgangsperiode naar volwassen veerkrachtig bos. In deze gemengde bossen kan Amerikaanse vogelkers niet langer domineren, maar nog wel een waardevolle bijdrage leveren aan het verbeteren van de bodem en het behoud van het bosklimaat. Op termijn zal het voor de soort steeds moeilijker zijn om zich nog te vermeerderen, door de aanwezigheid van de andere soorten die de concurrentie om licht aan kunnen gaan. Hierdoor ontstaat de gewenste balans in het bosecosysteem en blijven inheemse soorten behouden.
De ervaring die we in tal van opstanden hebben opgedaan laat zien dat de ecosysteemaanpak bij Amerikaanse vogelkers goed werkt. In LIFE Resilias ligt de focus daarom heel bewust op het laten zien hoe je de methode kunt toepassen, zodat zoveel mogelijk beheerders aan de slag kunnen met deze waardevolle aanpak. We streven ernaar dat men de aanpak door dit project breed op zal pikken en zal uitrollen naar vele hectaren bos. Zowel binnen als buiten de Nederlandse grenzen”, benadrukt Bart.

Inzetbaar voor tal van exoten en in allerlei habitats

De ecosysteemaanpak is te gebruiken in allerlei habitats en voor tal van invasieve exoten. Dat maakt het een breed inzetbare methode. In de bossen kun je zo bijvoorbeeld ook de dominantie van Amerikaanse eik (Quercus rubra) en robina (Robinia pseudoaccacia) aanpakken. Ook de Japanse duizendknoop (Fallopia spp.), die in steeds meer bossen opduikt, kan zo aangepakt worden. Iedere soort kent daarbij een eigen beheer en aanpak, maar de essentie is hetzelfde: veerkracht verhogen voorkomt dominantie!

Meer informatie over de ecosysteemaanpak en de andere voorbeeldsoorten die in LIFE Resilias aan bod komen, is te vinden op resilias.eu. Hier zijn ook allerlei interessante artikelen en publicaties te vinden over Amerikaanse vogelkers, waaronder een beslisboom.

 

LIFE Resilias is mede mogelijk dankzij de financiële steun van het LIFE programma van de Europese unie en de sponsoren Rijkswaterstaat, Evides en de provincies Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland.

Dit artikel is verschenen op Nature Today en is de eerste van een serie van vier artikelen over de ecosysteemaanpak bij de voorbeeldsoorten van LIFE Resilias.

labels: , ,

gerelateerd