Hoe beperk je bodemverdichting en daarmee nadelige effecten op het bos?

Het berijden van de bosbodem met een houtoogstmachine of volgeladen uitrijcombinatie, maar bijvoorbeeld ook met een tractor met klepelmaaier, leidt tot bodemverdichting. Dit heeft verschillende nadelige effecten op het bosecosysteem en raakt uiteindelijk zowel de houtproductiefunctie als de natuurfunctie. De Bosgroepen proberen bij het bosbeheer zoveel mogelijk bodemverdichting te voorkomen en de effecten van bodemverdichting te beperken.
Hoe en waarom we dat doen, leest u in dit stuk.

Wat gebeurt er in de bodem bij bodemverdichting?

Een ongestoorde bodem bestaat voor ongeveer de helft uit minerale bodemdeeltjes (zoals zand of klei) en organische stof en voor de andere helft uit lucht en water. Bij het berijden van de bodem worden bodemdeeltjes samengedrukt en neemt het aandeel lucht en water in de bodem af. Hierdoor verandert de bodemstructuur waardoor infiltratie van hemelwater wordt belemmerd. In de bodem leven verschillende organismen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van organisch materiaal en het ‘luchtig’ houden van de bodem. Zo kunnen boomwortels zich gemakkelijk uitbreiden. Deze organismes gebruiken zuurstof en stoten CO2 uit. Door de verstoorde bodemstructuur vindt er echter nog maar moeizaam gasuitwisseling plaats tussen bodem en atmosfeer. Daardoor bouwt het CO2-gehalte in de bodem op en neemt het zuurstofgehalte af.

Minder groei en minder jong bos door bodemverdichting

De veranderingen in de bodemstructuur hebben onder andere gevolgen voor de overlevingskans en groei van jonge zaailingen van bomen en struiken. Vaak kiemen meer zaailingen doordat er op verdichte bodems water blijft staan en de vochtbeschikbaarheid voor jonge zaailingen hoger is. Echter zaailingen kunnen met hun fijne wortels vervolgens de verdichte bodems moeilijk ingroeien. Daardoor ligt de sterfte onder deze zaailingen de eerste jaren hoog. Verschillende wetenschappelijke studies tonen 40% tot 90% meer sterfte onder zaailingen op verdichte bodems in vergelijking met zaailingen op ongestoorde bodems. Dat staat de ontwikkeling van natuurlijke verjonging natuurlijk enorm in de weg. Daarnaast is een hoogtegroeireductie van 30% tot 50% en een volumegroeireductie van 20% tot 30% ten opzichte van de groei van zaailingen op ongestoorde bodems geconstateerd.

Natuurlijk herstel duurt heel lang

Bodemfauna, met name regenwormen, werken door het graven van gangenstelsels de bodem weer los en dragen zo bij aan herstel van de bodemstructuur. Grote delen van het Nederlandse bos liggen echter op armere zandgronden waar regenwormen niet of nauwelijks voorkomen. Ook lange periodes van vorst kunnen de bodem weer loswerken doordat het bodemvocht als gevolg van de vorst uitzet. Om ook dieper gelegen bodemlagen te bevriezen zal het echter een aaneengesloten periode van enkele weken tot maanden stevig moeten vriezen. En dat komt in Nederland doorgaans niet (meer) voor. Aangezien de natuurlijke herstelperiode over het algemeen langer is dan de periode tussen twee dunningen, stapelen de effecten van het rijden op de bodem zich op en zal er tussentijds geen herstel kunnen plaatsvinden. Dit alles betekent dat het natuurlijk herstel van verdichte bodems een proces is dat minimaal enkele decennia in beslag neemt.

Omvang en impact van bodemverjonging

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat bij de eerste passage van een machine gemiddeld circa 60% van de potentiële verdichting plaatsvindt. Met andere woorden; na één werkgang is het grootste kwaad al geschied. Dit gebeurt ook wanneer met tracks, met lichtere machines of met machines met bredere banden wordt gewerkt. Gecombineerd met het trage herstel van verdichte bodems betekent dit dat, wanneer er over een aantal decennia meerdere houtoogsten hebben plaatsgevonden, de bosbodem over grote oppervlaktes verdicht zal zijn. In een Vlaamse studie zijn verdichte oppervlakte gemeten van 70% tot 80% van het totale bosoppervlak. Of deze oppervlakte in alle gevallen zo hoog zal liggen is moeilijk te zeggen. Door meerdere opeenvolgende dunningen en vlaktegewijze verjonging zal de totaal bereden oppervlakte echter wel behoorlijk snel oplopen. Uit eigen metingen in een bosopstand op de Veluwe zien we op 25% van de oppervlakte zichtbare sporen, maar ook buiten deze sporen is de bodem gemiddeld meer verdicht dan in een naastliggend bosvak, waar nog nooit gereden is. Dit doet vermoeden dat de bodem op meer plekken verdicht is dan op het oog is te beoordelen en dat deze verdichting al langer geleden heeft plaatsgevonden. Immers er werd 50 jaar geleden ook al met tractoren in het bos gewerkt.

Bodemverdichting leidt tot verminderde natuurwaarde

Wanneer verdichting op grote oppervlaktes plaatsvindt, levert dit hoofdzakelijk negatieve effecten op. Immers, wanneer boomwortels last hebben van de bodemverdichting, hebben de fijne wortels van (bloeiende) bosplanten hier nog veel meer last van. Ook leidt de huidige ‘grootschalige’ bodemverdichting naar verwachting tot een vlaktedekkend afnemen van de bodemfauna. Dat kan leiden tot een versnelde ophoping van strooisel en doorgaande bodemverzuring. Daarmee ‘zagen’ de effecten van bodemverdichting aan de wortels van de natuurwaarde van het bos.

Beperken van bodemverdichting door permanente dunningspaden

Het voorkomen van bodemverdichting is in feite onmogelijk wanneer men werkt met machines. Er kan vanaf de boswegen worden gewerkt, eventueel met behulp van lieren zodat er niet gereden hoeft te worden in het bos. Maar over het algemeen zijn de bosvakken in Nederland hiervoor te groot en worden de exploitatiekosten te hoog om de werkzaamheden rendabel of zelfs kostendekkend uit te kunnen voeren. ‘Helemaal voorkomen van bodemverdichting is onmogelijk, maar we kunnen wel maatregelen treffen die bodemverdichting beperken’, vertelt Wouter Delforterie, regiobeheerder binnen Bosgroep Midden Nederland. ‘Binnen de Bosgroepen heeft bodemverdichting al lange tijd onze aandacht. Wij streven ernaar om bodemverdichting zoveel mogelijk te beperken. Dat doen we door waar mogelijk te werken met permanente dunningspaden. Dat zijn vaste routes binnen een bosopstand die bij achtereenvolgende boswerkzaamheden gebruikt worden om de bosopstand te ontsluiten. De paden zijn circa 4 meter breed en liggen doorgaans op een onderlinge afstand van 20 meter (hart op hart van de paden) van elkaar zodat houtoogstmachines met een arm van 10 m in het volledige bos kunnen werken zonder buiten de dunningspaden te rijden. Op deze wijze wordt nog altijd 20% tot 25% van het oppervlakte bereden, maar dit oppervlakte neemt bij opeenvolgende dunningen en verjongingsingrepen niet meer toe. De praktijk wijst namelijk uit dat wanneer geen vaste dunningspaden zijn gemarkeerd de onderlinge afstand tussen de rijroutes van de machine veelal lager ligt dan 20 meter. Ook zal bij werkzaamheden enkele jaren later de machinist vaak een andere rijroute kiezen, zeker in het geval van vlaktegewijze verjongingsingrepen, waardoor het totaal bereden oppervlakte weer verder toeneemt’, legt Wouter Delforterie uit.

Zitten er ook nadelen aan het werken met dunningspaden?

Zijn er eigenlijk nadelen aan het werken met dunningspaden? ‘Op gebied van beleving is dat voor sommige mensen wel het geval, vertelt Wouter Delforterie. ’Zij ervaren de dunningspaden als lelijk. Hier is weinig tegen in te brengen. Zeker in jonge bossen vallen de paden erg op. In de praktijk lijken de paden in volwassen en structuurrijk bos niet echt op te vallen. Door de dunningspaden parallel aan drukke wandelpaden te leggen en ze niet helemaal kaarsrecht te maken, maak je het beeld al een stuk natuurlijker’.

En qua kosten? ‘De kosten van het werken met dunningspaden zijn niet hoger dan regulier werken. De machine kan zich immers efficiënter door het bos bewegen en er blijft meer ruimte over voor goed groeiend en functionerend bos. De kosten voor het extra uitzetwerk worden in de praktijk direct gecompenseerd door extra hout wat vrijkomt bij de aanleg van de paden’, legt Wouter uit.

‘Ook bij dunningspaden berijden we nog altijd een flink deel van het bos’, geeft Wouter aan. ‘Dit kunnen we verder terugbrengen door de afstand tussen de paden onderling groter te maken en bomen buiten het machinebereik met de kettingzaag (naar de dunningspaden toe) te vellen en eventueel met lieren of paarden naar de dunningspaden toe te werken. Dit brengt echter wel hogere uitvoeringskosten met zich mee’.

Dunningspaden zijn dus niet zaligmakend, maar wel een goede manier om bodemverdichting en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Het blijft overigens altijd van belang om bij de uitvoering te kijken naar de weersomstandigheden en het werk tijdig stil te leggen, omdat men anders nog meer schade aan de bosbodem toebrengt.

Advies: gebruik permanente dunningspaden

In de praktijk is het niet altijd eenvoudig om te werken met dunningspaden. De aanleg moet behoorlijk systematisch gebeuren, maar het komt regelmatig voor dat we moeten uitwijken. Bijvoorbeeld doordat de paden stuiten op historische wallen, grafheuvels, oude monumentale bomen, jonge aanplant, mierenhopen en dassenburchten. Ook is er in het verleden vaak al gereden in de bossen. Dat vraagt een keuze om óf van de oude (veelal suboptimale) paden gebruik te maken of een nieuwe padenstructuur te plannen. Hierbij wordt dan uiteraard wel zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande rijsporen.

In goed overleg met onze leden zoeken we altijd naar een kostenefficiënte werkwijze waarbij we bodemverdichting zoveel mogelijk beperken, maar ook zorgvuldig omgaan met andere waarden in het bos. Ook de omgang met vlaktegewijs klepelen van verjongingslocaties blijft complex. Hoewel alternatieven aanwezig zijn blijft dit vaak een afweging tussen kostenefficiënt en doelmatig ingrijpen ten behoeve van de bosverjonging en het op lange-termijn duurzaam beheren van bos. Wij blijven hierover graag met onze leden in gesprek.
Ons advies is in ieder geval: minimaliseer het berijden van de bosbodem en werk waar mogelijk met dunningspaden om zo bodemverdichting in uw bos tot een minimum te beperken.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op praktijkervaringen van verschillende medewerkers van de Bosgroepen en een uitgebreide (wetenschappelijke) literatuurstudie uitgevoerd door Wageningen student Glenn Potvliet onder begeleiding van regiobeheerder Utrecht & Holland, Wouter Delforterie. Het volledig stagerapport inclusief literatuurverwijzing is te downloaden via onze website.

Benieuwd naar úw mening

We willen graag weten hoe u over dit onderwerp denkt. Wat is uw mening over bodemverdichting? Neemt u maatregelen om bodemverdichting te voorkomen? En wat zijn uw overwegingen daarbij? Via een aantal korte vragen, kunt u ons vertellen wat uw visie is.

Klik hieronder om de korte vragenlijst in te vullen.

Klik hier om de vragenlijst te openen

Heeft u nog vragen of wilt u meer weten?

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Of heeft u behoefte aan meer informatie over de mogelijkheden voor uw specifieke situatie? Neem dan gerust contact met ons op!

labels: ,

3 reacties op “Hoe beperk je bodemverdichting en daarmee nadelige effecten op het bos?”

  1. Dien van den heuvel schreef:

    Ik vraag mij weleens af waarom er zóveel hout geoogst wordt?? en waarom er zoveel stukken blijven liggen,kunnen die niet gebruikt worden voor snippers? en ook waarom er een énorme bende achterblijft in het bos:-( ik ben er erg ontevreden over en vind dat er weinig rekening met de natuur gehouden wordt, die paar bomen di e blijven staan gaan om bij de eerste beste storm..

  2. DO schreef:

    1. Van maandag op dinsdag groeit een bos zichtbaar niet zo hard. Maar op jaarbasis groeit een bos met gemiddeld 7 m3 per hectare (in NL). Dus wat verstaat u onder “zóveel”? Na 5 jaar zit je op 30 m3/ha, al een imposante stapel aan de weg.
    2. Het zogenaamde tak- en tophout kan ook afgevoerd worden voor brandhout of biomassa. Echter, in tak- en tophout zitten nog veel nutriënten, dus kan het zinvol zijn om dit te laten liggen.
    3. Er blijft na een houtoogst of dunning inderdaad een “bende” achter (het kwam op mij ooit over als een orkaan die was langsgekomen). Echter, dit minder fraaie bosbeeld na een houtoogst is het gevolg van de keuze voor een machinale en efficiënte houtoogst. Heeft u weleens een dagje in het bos gewerkt? Dan snapt u dat er voor machinale houtoogst wat te zeggen valt. De ‘bende’ is na 2 jaar al heel wat minder zichtbaar, gelukkig. (En uiteraard is het de keuze van de boseigenaar of er enige vorm van houtproductie plaatsvindt in zijn of haar bos)
    4. Bodemverdichting lijkt mij een punt van zorg, gezien de onbekende effecten op langere termijn.

  3. jan slakhorst schreef:

    ook goed om dit ( nogmaals) onder de aandacht van de brandweer te brengen. Kan voorkomen worden dat de zware blusvoertuigen meer schade aan de natuur toebrengen door (onnodig) van de paden het bos of heide op te rijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.