Het bos in met: Marjolein van Os

21 maart 2019

In deze rubriek gaan we het bos of veld in met een medewerker of lid van de Bosgroepen. Aan de hand van vijf vragen leren we meer over een specifiek project of terrein. Dit voorjaar starten de Bosgroepen weer met SNL-monitoring op verschillende terreinen van leden die via de Bosgroepen SNL-beheersubsidie ontvangen. Het monitoren is een verplichting vanuit de subsidieregeling, uitgevoerd in opdracht van en gefinancierd door de provincies. Marjolein van Os is ecoloog en coördinator van de SNL-monitoring voor Bosgroep Midden Nederland. We spraken haar in Ede, aan de start van het monitoringseizoen.

Wat wordt er precies in kaart gebracht met de monitoring?

Uitdagingen tijdens monitoring (Amsterdamse Bos)

Met de SNL-monitoring brengen we de natuurwaarden in de verschillende terreinen in kaart. We kijken dan naar flora, vegetatie, (bos)structuur, broedvogels en insecten. Vlinders, libellen en sprinkhanen zijn bijvoorbeeld belangrijk indicatoren voor de kwaliteit van een gebied. We doen de monitoring met speciale apparaten, zoals de handheld die ik hier op de foto in mijn hand heb. Met een speciaal softwareprogramma voeren we de verschillende soorten flora en fauna in op een digitale kaart. Waar mogelijk combineren we de SNL-monitoring ook met veldcontroles; we lopen er immers toch! Bij de veldcontroles wordt gekeken of een terrein opengesteld is, en of het beheertype in stand wordt gehouden. Ook houden we altijd onze ogen open voor bijvoorbeeld exoten en andere opvallende dingen. Kansen en aanbevelingen die gebruikt kunnen worden bij het beheer, koppelen we terug aan de regiobeheerder.

Hoeveel tijd besteed je aan de monitoring?

Als coördinator ben ik verantwoordelijk voor de planning en bewaking, de contacten met provincies en bureaus, de interne verdeling van de werkzaamheden en de oplevering van gegevens. Ieder SNL-terrein moet in ieder geval eens per zes jaar gemonitord worden. De provincies maken hiervoor meerjarenplanningen, maar in de praktijk zijn er altijd weer bijzonderheden. Het is een flinke rekenpuzzel aan het begin van het jaar; welk terrein moet wanneer gemonitord worden en door wie. We krijgen voor zes jaar monitoringsbudget en moeten dat goed verdelen en verspreiden. De drukste periode is van mei tot en met augustus, dan is de meeste monitoring gaande, vooral van flora en fauna. Van september tot en met december zijn we bezig met het uitwerken van de gegevens. En vanaf januari zijn we druk met het opleveren van data en de voorbereidingen voor het nieuwe monitoringsseizoen. Zo ben ik eigenlijk het hele jaar rond bezig met SNL-monitoring!

Is er veel veranderd in de afgelopen jaren?

Monitoring van libellen

De afgelopen jaren is het aantal SNL-leden enorm gegroeid, en de monitoringswerkzaamheden zijn daarmee ook toegenomen. We doen alle monitoring zoveel mogelijk met onze eigen medewerkers, zo leren we de terreinen van de leden ook goed kennen. Soms moeten we onderdelen uitbesteden, zoals de broedvogelmonitoring, omdat er erg veel werk ligt. Dan maken we gebruik van bureaus, professionals zoals Sovon, en zzp-ers die we goed kennen. Vroeger konden we de data van de monitoring na oplevering aan de provincie ook in aangepaste vorm aan alle leden leveren. Maar nu moeten we zoveel terreinen monitoren, dat we wat achterstand hebben. Er komt namelijk veel bij kijken om data leesbaar te maken; je kunt geen ruwe data terugkoppelen. Het is al een flinke klus om alles op tijd op te leveren aan de provincie. We zijn wel met een inhaalslag bezig, en leden kunnen altijd zelf om de data vragen. Dan sturen we die uiteraard toe.

Wat zijn de leukste onderdelen van de monitoring?

De monitoring is echt iets dat we samen doen; samen met veel collega’s, met de provincies en met andere terreinbeherende organisaties en ecologen. Alleen al hier in Ede zijn bijna alle collega’s er meer of minder bij betrokken. We hebben de ecologen die het veld in gaan voor de monitoring, de kwaliteitscontroller, de GIS-medewerker die de data tot leesbare bestanden verwerkt en deze ook bij de NDFF aanlevert. En de regiobeheerders en beheerassistenten monitoren het onderdeel bosstructuur. We werken ook geregeld samen met collega’s van Bosgroep Noord-Oost Nederland, waarbij we het monitoren van de terreinen verdelen op specialisme. Aangezien TBO’s zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten ook SNL-monitoring moeten doen, en de terreinen van onze leden soms tussen hun terreinen liggen, delen we ook informatie met hen en werken we veel samen. De monitoring leidt ook vaak weer tot extra vragen en opdrachten, bijvoorbeeld voor het Gooisch Natuurreservaat en de gemeente Amsterdam.

Welke monitoring of bijzondere ontdekking staat je nog bij?

Gevlekte witsnuitlibel

We stuiten regelmatig op bijzondere planten en dieren; zo vonden we vorig jaar drie bijzondere libellensoorten op Landgoed Beekzicht: gevlekte witsnuitlibel, beekoeverlibel en bandheidelibel. En in 2017 zagen we een bramen etende boommarter in Utrecht.
Afgelopen jaar gingen we in het Amsterdamse Bos monitoren; in een gedeelte met veenmosrietland. Dat was behoorlijk lastig bereikbaar. We sleepten telkens een ladder en plank achter ons aan om op het volgende perceel te komen, door de zompige vegetatie en over sloten heen. Een deel van het terrein bestond uit eilanden waar we met een bootje, geleend van de beheerder, rond hebben gevaren. Ik ben collega Brian van Beek nog steeds dankbaar dat hij meeging! Dat is echt veldwerk dat je met z’n tweetjes moet doen. Normaal doen we het alleen, maar op die plek is dat niet verantwoord; echt avontuurlijk veldwerk!

Alle leden van wie het terrein dit jaar wordt gemonitord in het kader van de SNL-subsidie worden hierover van tevoren geïnformeerd per brief. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw Bosgroep.

labels: , , ,

gerelateerd