Grote verandering SNL-stelsel voor kleine beheerders

5 september 2016

Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle beheerders die gebruik willen maken van SNL beheersubsidie gecertificeerd zijn. Daarnaast stellen de meeste provincies een ondergrens in van 75 hectare per aanvraag. Wie een eigendom heeft dat kleiner is dan de ondergrens, moet zich aansluiten bij een collectief. Voor leden van de Bosgroepen, waarvan de subsidieaanvraag via de Unie van Bosgroepen loopt, verandert er niets in de procedure. Voor alle anderen wel.

Minder aanvragen, meer kwaliteit

Provincies voeren de stelselwijziging door om aan alle beheerders (groot en klein) dezelfde kwaliteitseisen te stellen. Doel is om de onderlinge samenwerking en het delen van kennis tussen kleine beheerders verder te stimuleren. Ook wordt hiermee het aantal (individuele) aanvragen sterk verminderd. Dit laatste komt neer op een bezuiniging en brengt het risico met zich mee dat de kosten voor kleine eigenaren onacceptabel stijgen. Zij zijn vanaf nu verplicht om:

  • aan te sluiten bij een collectief,
  • zich te (laten) certificeren,
  • een aanvraag in te dienen die voldoet aan het Informatie Model Natuur (IMNa).

De Bosgroepen zijn één van de weinige partijen die conform bovenstaande eisen een aanvraag kunnen verzorgen voor kleine beheerders. De Bosgroepen zijn al jarenlang een goed draaiend collectief met een hoge kwaliteit. Het afgelopen jaar heeft de Unie van Bosgroepen samen met Stichting Part-Ner intensief onderhandeld met de provincies. Doel was om de instapdrempel voor kleine beheerders op een acceptabel niveau te houden, nu en in de toekomst. De hele overgang zal zes jaar in beslag nemen, dan lopen immers de laatste beschikkingen onder het vorige stelsel af. Eigenaren kunnen kiezen om zich individueel te certificeren via Stichting Part-Ner en zich aan te sluiten bij een Natuurcollectief of om aan te sluiten bij het groepscertificaat van de Bosgroepen.

Lage kosten als inzet

De onderhandelingen waren niet eenvoudig. De tijdsdruk was enorm en het SNL-dossier is er niet gemakkelijker op geworden. Voor het aanvraagjaar 2017 ligt er nu een resultaat waar wij tevreden mee zijn, mede gelet op de belangen van onze leden. De provincies dragen bij aan de kosten om een aanvraag voor te bereiden die voldoet aan de IMNa-eisen en hebben aan de Unie van Bosgroepen gevraagd om deze werkwijze voor alle collectieven uit te voeren. Daarmee vervult de Unie van Bosgroepen een sleutelrol in het proces. Daarnaast krijgen de Natuurcollectieven een bijdrage in de kosten om hun eigen organisatie van de grond te krijgen en om ook in de beginfase een goede begeleiding te kunnen geven aan de (nieuwe) leden.

Voor de Bosgroepen betekent dit dat er een, mogelijk forse, toename zal zijn in het aantal leden. Komende jaren zullen circa 2500 eigenaren een keuze moeten maken bij welk collectief zij zich willen aansluiten. Doen zij dat niet, dan vervalt voor hen de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor beheersubsidie. Met meer leden krijgen de Bosgroepen een betere positie bij de provincies, belangrijk om de belangen en wensen van kleine beheerders in beeld te brengen. Dat is van groot belang met betrekking tot kwaliteitsimpulsen en PAS, maar ook voor tal van andere zaken, zoals een goed verdienmodel voor bos en natuur, ontwikkelingen in de omgevingswet en vele, vele andere zaken.

Ook de komende maanden en jaren zullen wij, samen met Stichting Part-Ner, ons blijven inzetten om de kosten en de administratieve last voor beheerders zo laag mogelijk te houden en de kans op een goede beheersubsidie zo groot mogelijk.

 

 

labels: , , ,

gerelateerd