Gorsselse Heide: natuurherstel met een plus

27 november 2017

Het natuurherstelproject Gorsselse Heide is afgerond. 100 hectare voormalig militair terrein bij Zutphen is nu een gevarieerd vochtig heideveld met vennen en gagelstruwelen. Bijzonder: het beheer wordt uitgevoerd door betrokken burgers. Een casus die laat zien wat burgers voor elkaar kunnen krijgen.

Door: Harm Smeenge, Landschapsecoloog Unie van Bosgroepen

Een eeuw lang was de Gorsselse Heide in gebruik als militair oefenterrein. Het gebied bleef daardoor gespaard van ontginningen. Maar de natuur op de heide ging wel achteruit: het gebied werd ontwaterd, met verdroging en verzuring tot gevolg. Later, toen het terrein minder in gebruik raakte, maakte steeds meer hei plaats voor bos.

Inmiddels neemt het areaal heischaal grasland en veenmosrijke natte heide toe. Doelsoorten als geelgroene zegge, echte koekoeksbloem, kleine zonnedauw, trekrus, zomprus en egelboterbloem groeien al op de ingerichte landbouwpercelen. Daar ging een spannend proces aan vooraf.

Burgers aan zet, een bijzondere constructie

In 2004 besloot het kabinet om de Gorsselse Heide af te stoten. Het gebied moest weer een vitaal natuurgebied worden. Als ecoloog bij Dienst Landelijk Gebied kreeg ik de opdracht om een natuurherstelplan te schrijven en daarmee de natuurkwaliteit te borgen en te verbeteren. Landschapsecologische principes waren daarin leidend. De nieuwe eigenaar was verplicht om de beschreven natuurherstelmaatregelen uit te voeren, waardoor grondspeculanten buiten de deur werden gehouden.

Het terrein werd uiteindelijk gegund aan de Stichting Marke Gorsselse Heide, actieve burgers die de handen ineen hadden geslagen. Stichting het IJssellandschap was een partner in de financiering.

“We zien vaak dat maatregelen vanachter de tekentafel worden opgesteld “poeltje hier, bosje daar” waardoor de plannen niet duurzaam zijn en intensief beheer nodig is om de natuurwaarden overeind te houden.”

Die constructie was bijzonder, omdat dergelijke terreinen voorheen aan terreinbeherende organisaties werden overgedragen. Nu, 10 jaar later, zijn de natuurherstelmaatregelen geëvalueerd. Welke lessen zijn er te leren? Zijn particulieren ook in staat om kwetsbare natuur te beheren?

Inzicht 1: landschapsecologische systeemanalyse is transparante basis

Een landschapsecologische systeemanalyse geeft een transparante basis om de eigenschappen, kansen en knelpunten in een gebied te beschrijven. Als je weet hoe het systeem functioneert is het opstellen van passende maatregelen een logisch gevolg en wordt de succeskans vergroot. We zien vaak dat maatregelen vanachter de tekentafel worden opgesteld “poeltje hier, bosje daar” waardoor de plannen niet duurzaam zijn en intensief beheer nodig is om de natuurwaarden overeind te houden. Het alleen optimaliseren van natuurbeheer zou in dit verdroogde gebied “dweilen met de kraan open” zijn geweest.

Inzicht 2: succes zit in samenwerking

De uitvoering in het veld verloopt soepeler, sneller en met meer draagvlak wanneer er afstemming is met omgeving en stakeholders. Dat kost veel tijd en vraagt om een vertrouwensband. De stichting heeft die rol glansrijk vervuld. Initiatiefnemer Jacques Duivenvoorden woont in Gorssel en werd door zijn bestuurlijke ervaring en gevoel voor natuur en mens de stuwende kracht in het geheel.

“De wil tot samenwerking en het open staan voor “hoor en wederhoor” maakten dit een succesvol project.”

Wel ben je met een burgerinitiatief voor kwaliteit/duurzaamheid van het project afhankelijk van individuen. In dit geval heeft dat goed uitgepakt. De stichting zag het belang van kwaliteitsborging en steeg boven het niveau van haar eigen organisatie uit. De wil tot samenwerking en het open staan voor “hoor en wederhoor” maakten dit een succesvol project. Dat dit bij burgerinitiatieven geen vanzelfsprekendheid is, bleek uit de ervaringen van de Wageningse onderzoekster Rosalie van Dam.

Nu de herstelmaatregelen zijn uitgevoerd zal het lokaal natter worden. De afgeplagde terreindelen lijken zich goed te ontwikkelen, maar kaal zand is gevoelig voor sterke bosopslag. Het blijft daarom zaak te blijven monitoren en het beheer aan te passen op de ontwikkelingen die zich voordoen.

 

30 oktober werd het boek getiteld “Marke Gorsselse heide, Natuur met de Burger aan zet” gepresenteerd. In dit boek beschrijft Harm Smeenge de landschapsecologie van het gebied: hoe het gebied zich van voor de laatste ijstijd ontwikkelde, welke cultuurhistorische handelingen een rol speelden en wat dat betekende voor de kansen en knelpunten voor de natuurontwikkeling. Deze analyse was ook basis voor het natuurherstelplan. Collega André Jansen beschrijft welke bijzondere natuur in het gebied aanwezig is.

Op de foto staan vlnr: Jacques Duivenvoorden (Rentmeester stichting Marke Gorsselse heide), Andrea van Schie (Bestuur Marke GH), Jan Jacob van Dijk (Gedeputeerde Provincie Gelderland), Cees Veerman (oud minister LNV), Sebastiaan van ’t Erve (Burgemeester gemeente Lochem), Rosalie van Dam (Onderzoeker WUR), Hans Siemes (Journalist, medeauteur) en Harm Smeenge.

labels: ,

gerelateerd