“Een eiland van biodiversiteit”, landgoedbeheer anno 2020

23 april 2020

Onder de rook van Nijmegen, aan de uiterwaarden van de Waal, ligt Buitenplaats Oosterhout. 40 hectare, grotendeels bos, een perceel kruidenrijk grasland, een prachtig landhuis met tuin en een zeer betrokken en bevlogen beheerder; Frans Ameschot. Hoe hou je als beheerder een landgoed in stand, rekening houdend met cultuurhistorisch erfgoed, biodiversiteit, bosaanzicht, de druk van groeiende bezoekersaantallen en oprukkende nieuwbouw?

Sinds 2006 is Frans Ameschot beheerder van Buitenplaats Oosterhout. Ooit deed hij kunstacademie, daarna studeerde hij historische tuinaanleg, en vervolgens leerde hij vooral ook heel veel zelf bij in de praktijk. Hij is de enige beheerder en medewerker op het landgoed, dat sinds 1865 in het bezit is van de familie van Boetzelaer.


Frans op zijn favoriete plek van het landgoed, het pinetum.

Ecologisch beheer van het landgoed

Voor Frans, die grotendeels de vrije hand krijgt in het beheer, is ecologisch beheer van het landgoed het allerbelangrijkste.
Frans: “De tuin en het bos beheer ik zo ecologisch mogelijk. Bijvoorbeeld in het grasveld zet ik in op de bloemen. Dat is historisch gezien ook juist. Een groen biljartlaken, wat je vaak ziet bij landhuizen, is niet hoe het oorspronkelijk was. Ik heb het maairegime hier in de tuin aangepast, waardoor er nu weidegeelster, blue bells (boshyacinten), sneeuwklokjes en nog meer soorten en stinzenplanten voor komen. Ik maak zoveel mogelijk gebruik van waardplanten en drachtplanten, die waardevol zijn voor insecten. Je kunt in deze tijden niet te rigide vasthouden aan tuinhistorische inzichten. Je moet je aanpassen aan het veranderende klimaat, en de onderhoudsmogelijkheden. Vroeger liepen hier 7 tuinlieden rond, ik doe het nu in mijn eentje. De tuin is in landschapsstijl aangelegd en aangepast aan de huidige tijd; mooi, natuurlijk, met oog voor de geschiedenis, maar ook redelijk onderhoudsvriendelijk. Mijn insteek wat betreft de functie van het landgoed, buiten de cultuurhistorische waarde, is vooral een eiland van biodiversiteit creëren.”

   
Weidegeelster en blue bells in de tuin van het landhuis (foto’s: Frans Ameschot)

Herstel oude Mien Ruys-tuin

Verschillende onderdelen van de tuin en het bos zijn in de afgelopen jaren in ere hersteld.
“Toen ik hier in 2006 kwam werken, waren de tuin en het bos behoorlijk vervallen. Overwoekerd door braamstruiken en klimop, en een behoorlijk ingestort bos”, aldus Frans. Het landgoed herbergt een echte Mien Ruys-tuin. Frans: “De familie heeft Mien Ruys in 1936 gevraagd om de tuin aan te leggen. In 2010 heb ik de Mien Ruys-tuin weer gerestaureerd, aan de hand van beplantingsplannen die ik op de zolder van het huis vond. Daarnaast heb ik veel historisch onderzoek gedaan in Wageningen, en onder andere dagboekjes van Mien Ruys gevonden.”
Stenen van het voormalige kasteel dat op het landgoed stond, zijn hergebruikt in enkele tuinmuren van de tuin. “In een van de dagboekjes van Mien Ruys stond dat ze een ook rotstuintje ging aanleggen, samen met de barones van Boetzelaer. We hadden geen idee waar dat was geweest, maar toen ik op een plek bij het prieeltje, overwoekerd met klimop, aan het werk was, vond ik stenen en dacht ‘bingo’! Ik heb ze opnieuw gestapeld, gekeken wat voor planten Mien gebruikte, zoals scheefkelk, sleutelbloemetjes, blue bells, en het rotstuintje weer in ere hersteld.”

Bosbeheer

Het bos oogt natuurlijk en gemengd, met veel diverse ondergroei, en stammen en takken die liggen waar ze zijn gevallen, of langs de paden zijn neergelegd.
Frans: “Door stikstof en droogte hebben ook hier veel bomen moeite, met name de oude eiken. Daar waar een boom dood gaat, omvalt, of takken laat vallen, laat ik die meestal staan of liggen, voor de biodiversiteit, er zitten bijvoorbeeld veel spechten in het bos. Ik leg stammetjes en takken naast de paden, omdat die anders steeds breder worden. Ik probeer de onderliggende kruidenlaag in stand te houden, goed voor insecten en vogels. Er groeit hier bijvoorbeeld speenkruid, heksenkruid en verschillende stinzenplanten. Ik laat ook wel stukjes van het bos verwilderen, gewoon om te kijken wat er gebeurt. In mijn begindagen bestonden grote delen van de ondergroei vrijwel alleen maar uit esdoorns. Dat betekende trekken en uitgraven. Daarvoor in de plaats komen er andere soorten zoals haagbeuk, typisch voor het stroomdal. Met haagbeuk en hulst als ondergroei, wordt het bos weer wat dichter.”


Er is veel gevarieerde ondergroei in het bos. 

Lindebomen en laanbomen

Door de grote hoeveelheden stikstof, en daarmee verzuring, groeien er veel braamstruiken in het bos. Het is voor veel bosbeheerders een flinke klus om die in toom te houden. “Ik heb daarom ook lindebomen aangeplant, omdat die een betere en minder zure strooisellaag geven dan eiken, en vriendelijk zijn voor insecten. Helaas werden linden volgens de vroegere Boswet niet als boom gezien, en telden ze niet als boom bij bijvoorbeeld aanplant in het kader van herplantplicht. Ik heb hier voor een laan Europese lindes gebruikt, en er staan winterlindes op verschillende plekken in het bos.
Over de vraag wat een laan is, heb ik nog weleens discussies. Moet een laan eenvormig zijn, de bomen even oud? Dat betekent dat bij herstel door aangetaste bomen, de hele laan gekapt moet worden. Een gemengde laan is in de ogen van velen ook niet toegestaan. Een vervallen laan hier, stond bij de Rijksdienst omschreven als eikenlaan. Maar om opnieuw een eikenlaan op te laten komen, moet je veel uitkappen. Dan verdwijnt er heel veel bos, wel 15 meter aan weerszijden. En de vraag is of jonge eiken het in dit klimaat wel overleven. Er gaat bovendien al zoveel van nature dood, door stikstof en droogte. We moeten wel zuinig zijn op de oude eiken en ook andere bomen die we hebben, ook als ze een beetje scheef staan. Tenzij het natuurlijk gevaarlijk wordt voor de wandelaars. De lindes die er nu staan, zijn uit 2010 en zijn in 10 jaar tijd al tot hele mooie bomen uitgegroeid. Lindes komen op in de schaduw, en wachten ook als er teveel schaduw is. Eiken gaan dood door droogte en stikstof, de linde groeit door.”


Een van de lanen in het bos, met oude bomen en nieuwe aanplant. 

Oude lanen teruggebracht

“Ik heb in dit bos ook een aantal oude lanen, die overwoekerd waren, weer teruggebracht. Het sterrenbos uit 1890 heeft 8 lanen. Nu zijn de lanen en zichtlijnen weer hersteld, vanaf één kun je nog net de Stevenstoren in Nijmegen zien. Ik steek veel werk in het vrijhouden van de lanen. Het lijkt misschien net alsof er niet zoveel gebeurt in dit bos, maar ik ben er druk mee.
De Bosgroepen hebben door de jaren heen regelmatig geholpen met planvorming, boomkeuze en subsidie-aanvragen. Ook hebben ze geholpen om het SNL- beheertype aan te laten passen, van droog bos met productie naar park- en stinzenbos. Dat is namelijk nogal een verschil, qua beheer en subsidie. En dit bos is zeker geen productiebos.”

Takken en stammetjes blijven zoveel mogelijk liggen. Ook een gevallen beuk, die ondertussen wel onbeklimbaar is gemaakt. 

Onderzoek naar fauna

Het landgoed leent zich goed voor verschillende onderzoeken. Zo doet het NIOO (Nederlands instituut voor ecologie) hier sinds 1956 onderzoek naar koolmezen en nachtvlinders. Frans:In het voorjaar loopt hier iedere maandag iemand alle nestkastjes langs. Er hangt ook wel eens iets aan een boom of tussen een boom, dat is dan een vangnet voor het opvangen van rupsenpoepjes, of een nachtvlinderval.”
Het bos lijkt een walhalla voor vogels. Er komen dan ook veel soorten voor, vooral spechten, mezen en merels. “Er nestelt een aantal Nijlganzen in de bomen, (en die maken flinke herrie), en we hebben goudhaantjes, koperwieken en boomkruipers. Verder komt de bunzing, marter, wezel, en vos hier voor. Ook reeën weten het landgoed te vinden. Ze maken gebruik van de ecologische hoofdstructuur langs de Waal, dat ook Natura 2000 gebied is. Door de oprukkende bebouwing hebben ze wel steeds meer obstakels.”

   
De Wollemi pine in de tuin, en een deel van het pinetum (foto’s: Frans Ameschot)

Het Pinetum: de favoriete plek

De favoriete plek van Frans is het pinetum, een verzameling naaldbomen. Het ligt in het afgesloten gedeelte van het landgoed en is van oorsprong een klein theater voor operavoorstellingen.
Frans: “Deze blauwe sequoia, in piramidevorm, doet het heel goed hier. Het geeft een prachtig kleurenpalet, samen met al die andere groene naaldbomen. Er staat ook een Libanonceder, ooit als klein boompje uit een herbebossingsproject in Libanon door een stewardess voor me meegesmokkeld. En deze levensboom, een conifeer, laat z’n takken hangen en dat worden weer nieuwe bomen. Zo is de boom al een klein bos geworden, met kinderen en kleinkinderen.”
Een andere trots is de Wollemi pine, de zeldzaamste boom ter wereld, in de voormalige moestuin.
“Ik heb die hier zelf geplant in de vollegrond, en elke winter pak ik hem in. Maar de boom is nu zo groot, dat het moeilijk wordt. Gelukkig staat de boom hier beschut, in een soort ommuurd kommetje.”


Een van de toegangswegen van het landgoed. In het voorjaar wordt extra aandacht gevraagd voor het belang van aangelijnde honden. 

Complexe multifunctionaliteit van landgoed

Het in stand houden van een landgoed, een historische buitenplaats, is best complex, aldus Frans. “Alles is rijksmonument, maar het geheel is meer dan de optelsom van de delen. Ik wil rechtdoen aan de cultuurhistorie, maar de natuur is leidend voor mij. Het bos wordt intensief gebruikt, en er wordt elke keer wat van het landgoed afgeknabbeld, door dijkverzwaringswerkzaamheden, oprukkende nieuwbouw. Ook in dit bos is het druk, wordt er weleens wat vernield, en lopen er veel mensen met loslopende honden, ook al staat er op verschillende borden dat die aan de lijn moeten. Er is hier een aantal jaren geleden een reekalf doodgebeten; honden worden helaas niet altijd goed opgevoed.”
Heeft Frans nog toekomstplannen voor het landgoed?
“Misschien komt er ooit nog een stadsboerderij met voedselbos. Dat zou mooi zijn, maar hangt af van de eigenaar nu en de eigenaren in de toekomst. Dan kan daar iedereen van genieten. En zelf met de handen werken. Dat betekent ook dat mensen zuiniger worden op een plek. Er ontstaat dan een breder maatschappelijk draagvlak voor het landgoed. Hoe meer mensen weten hoe je het beheert, hoe meer mensen er op gaan letten en het gaan waarderen.”

Nederland telt nog ruim 500 historische buitenplaatsen; cultuurhistorisch erfgoed dat we als Bosgroepen graag helpen beheren en behouden.
Dit bericht verschijnt ook op Nature Today.

labels: , , , ,

gerelateerd