De Bosgroepen zijn coöperaties: informeren over actuele ziekten en plagen – bacterievuur

8 juni 2015

De Bosgroepen zijn coöperaties. Wat betekent dat en wat doet een coöperatie? We besteden dit jaar in een serie berichten aandacht aan de verschillende coöperatieve taken van de Bosgroepen. Deze keer: informeren over actuele ziekten en plagen, zoals over de wellicht minder bekende ziekte bacterievuur.

Bacterievuur is een in grote delen van Nederland gevestigde plantenziekte die zich gemakkelijk verspreidt. De ziekte veroorzaakt vooral schade in de boomkwekerij en fruitteelt, maar ook in het openbaar en particulier groen. Veelvoorkomende soorten die gevoelig zijn voor deze ziekte zijn appel- en peersoorten, lijsterbes en meidoorn.

Herkenning van aangetaste plantendelen
Een bacterievuurinfectie is herkenbaar aan snel afstervende plantendelen. Twijgen, bladeren en bloesem worden bruin en blijven aan de boom of struik hangen. Bij scheutinfectie buigt de scheuttop vaak om en vormt een zogeheten vaantje. Onder de bast is het hout bij aansnijden van aangetaste takken roodbruin, gevlamd verkleurd. De aangetaste bomen en struiken kunnen op den duur geheel afsterven. Afgestorven delen voelen leerachtig aan. Vooral op de overgang van niet- en wel-aangetaste delen van takjes hopen bacteriekolonies zich op (= bacterieslijm).

Besmettingsgevaar
Planten raken besmet met bacterievuur door natuurlijke oorzaken zoals vogels, insecten en weersinvloeden, maar ook als gevolg van menselijk handelen zoals aanraking met handen, kleding of gereedschap. De bloesem en de jonge plantscheuten zijn het meest gevoelig voor infectie, en de infectiekans is dan ook het grootst in het voorjaar.

 

Wees alert
Bacterievuur kan zich onder gunstige weersomstandigheden (warm en broeierig) zeer snel uitbreiden. Dit geldt zowel voor de geïnfecteerde plant zelf als vatbare exemplaren die in de nabijheid van een geïnfecteerde plant staan. Daarom is vroegtijdige herkenning een belangrijk aandachtspunt bij de bestrijding.

Er is op dit moment van overheidswege geen controle meer op de aantasting en de hierdoor ongewenste verspreiding van bacterievuur. Om een uitbraak te voorkomen is het daarom noodzakelijk om de ziekte op regionaal niveau te bestrijden. In sommige gemeenten kan bestrijding van bacterievuur verplicht worden gesteld, door middel van een speciaal artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Hoe te handelen
Bij de bestrijding van bacterievuur zijn het verkleinen van de infectiekans van waardplanten en het verminderen van de verspreidingskans de belangrijkste maatregelen. U kunt hieraan bijdragen door:

  • Autochtoon plantmateriaal: Realiseer nieuwe aanplant met plantmateriaal afkomstig van zaden of stekken die regionaal geoogst zijn. Autochtoon materiaal blijkt minder vatbaar voor bacterievuur.
  • Snoeiwerkzaamheden in de winterperiode: Voer de snoei van waardplanten zoveel mogelijk in de winterperiode uit, vanwege een lagere infectiekans.
  • Ver terugsnoeien geïnfecteerde planten: Snoei geïnfecteerde planten ver terug, indien nodig zelfs tot op stobbehoogte (5-10 cm), zodanig dat de infectie volledig verwijderd wordt. Wanneer ook de stobbe is geïnfecteerd zit er niets anders op dan de plant(en) volledig te rooien.
  • Hygiënisch werken: Ontsmet gereedschap na iedere uitvoering van werkzaamheden met een bacteriedodend middel zoals spiritus, alcohol, lysol of chloor.
  • Verwerking geïnfecteerde snoeiresten: De meest gebruikte methode voor verwerking van geïnfecteerde snoeiresten is verbranden. Uit nader onderzoek is gebleken dat het direct na de snoei ter plaatse versnipperen of composteren ook voldoet. Zolang de snoeiresten niet in aanraking komen met waardplanten kunnen snoeiresten desgewenst dus ook ter plaatse verwerkt worden in een takkenril.

Meer achtergrondinformatie kunt u lezen in de brochure ‘Bacterievuur – Geef besmetting door bacterievuur géén kans!’. Klik hier om deze brochure te downloaden.

labels: , ,

gerelateerd