Steenmeelexperimenten in de Brabantse Bossen

Publicatiedatum: 11 februari 2016

De Bosgroepen zijn in opdracht van de provincie Noord-Brabant begonnen met het testen van steenmeel op de arme, verzuurde bodems van enkele Noord-Brabantse bossen. Steenmeel moet de bodemkwaliteit en daarmee het bodemleven en de biodiversiteit in deze bossen verhogen.

Door de sterke verzuring en vermesting sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, zijn onze bodems veel nutriënten zoals calcium, kalium en sporenelementen kwijtgeraakt. Dit probleem speelt vooral in bossen waar bomen zijn aangeplant die zuur blad en zuur strooisel produceren, zoals Grove den, Beuk en Zomereik. Door de verzuring vanuit de lucht en door het zure strooisel zijn met name de hooggelegen (niet door grondwater gevoede) zandbodems sterk verarmd en uitgeloogd. Buffering door calcium of andere basische stoffen vindt hier niet meer plaats. Sporenelementen komen hier nauwelijks voor en de nutriënten zijn volstrekt uit balans.

Actie voor behoud bossen

De disbalans in nutriënten heeft verschillende gevolgen. Zo gaat het bodemleven achteruit: in de verzuurde bodems zijn nauwelijks wormen of ander voedsel voor vogels te vinden. Ook de bomen hebben te leiden onder deze arme verzuurde omstandigheden. Zo blijkt Zomereikensterfte gekoppeld aan een verzuurde bodem.

Herstel van de bossen van droge arme standplaatsen is noodzakelijk voor het behoud van leefgebieden van de typische bossoorten, zoals Zwarte specht, Groene specht, Rode bosmieren, paddenstoelen, maar ook voor de gezondheid van de bossen zelf en daarmee duurzaam bosbeheer en bosbouw. Herstel van deze verzuurde en verarmde situatie moet gericht zijn op het herstellen van de nutriëntenbalans van de bodem zonder dat het negatieve effecten sorteert zoals verruiging.

De kansen van steenmeel

Steenmeel 2 grootDe Bosgroepen testen nu enkele experimentele herstelmaatregelen waaronder het toepassen van steenmeel. Steenmeel is gemalen steen dat de nutriënten bevat die door uitloging zijn verdwenen (zoals kalium, calcium, mangaan). In tegenstelling tot kalk komen deze nutriënten bij steenmeel langzaam vrij, waardoor de kans op verruiging minimaal is. De experimentele maatregel zal op systeemniveau worden onderzocht in vier verschillende bossen, waarbij effecten op de bodem, het bodemleven, de bomen en de biodiversiteit nauwkeurig in kaart gebracht worden. De Bosgroepen werken binnen dit onderzoek nauw samen met onderzoekers van Wageningen Universiteit, Alterra, Stichting Bargerveen, onderzoekcentrum B-Ware en BSP.

De resultaten van de experimenten zullen leiden tot gerichte beheeradviezen voor bosbeheer op droge, arme zandgronden in Nederland.

Meer info: Leon van den Berg en Bart Nyssen

labels: , ,

gerelateerd