Zeldzame bosflora onderzocht en gekoesterd in project ‘Levendige bossen’

Publicatiedatum: 1 juli 2019

Onderzoek in het veld

Het afgelopen voorjaar zijn voor het project ‘Levendige bossen’ standplaatsonderzoeken uitgevoerd voor diverse zeldzame soorten bosflora. Daarbij gaat het om paardenhaarzegge, verspreidbladig goudveil, bosbingelkruid, slanke sleutelbloem, kleine valeriaan, muskuskruid, witte klaverzuring en hengel. De onderzoekslocaties bevinden zich in Noord-Brabant, Limburg en Drenthe. In Zuid Nederland zijn we aan de slag bij onze leden: de gemeentes Eindhoven, Meierijstad, Helmond, Waalre, ASR, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap,¬†Landgoed de Wamberg en Brabant Water. ‘Levendige bossen’ is een uitermate boeiend en waardevol project dat belangrijke en interessante gegevens oplevert en kansen biedt voor deze zeldzame soorten.

We werken in dit project nauw samen met de Unie van Bosgroepen en Wageningen Universiteit (leerstoelgroep ‘plant ecology and nature conservation group’) en het project is mede mogelijk dankzij de leefgebiedensubsidie van de provincie Noord-Brabant.

Slanke sleutelbloem

Het onderzoek in vogelvlucht

Het doel van het project ‘Levendige Bossen Noord-Brabant’ is een flinke impuls te geven aan de biodiversiteitsontwikkeling in het boslandschap. Met name voor de zeldzame en zeer zeldzame prioritaire bosflora. Het project baseert zich op de provinciale en landelijke soortbeschermingsplannen en de provinciale leefgebiedsplannen en maatregelenkaarten.

Hengel

De maatregelen zijn gericht op het genetisch versterken van zeldzame en zeer zeldzame populaties en de herintroductie van populaties van deze en zogenaamde indicatorsoorten. En dan op locaties waar de habitat al wel hersteld is, maar waar deze soorten niet meer vanzelf terug kunnen keren, omdat de soort niet meer in de buurt voorkomt. De herintroductie en genetische versterking wordt onderbouwd door een genetische analyse.Voor alle soorten geldt dat er een zorgvuldig standplaatsenanalyse aan vooraf gaat, zodat herintroductie en versterking alleen daar gebeurt waar de habitat aantoonbaar geschikt is. Zo kunnen populaties zich duurzaam en met minimaal vervolgbeheer vestigen.

Grondboringen

Op dit moment zijn gegevens voor de zeer zeldzame soorten geanalyseerd en zijn de bronpopulaties bepaald waar we standplaatsonderzoek willen uitvoeren.

Standplaatsonderzoek

Bij het standplaatsonderzoek kijken we naar de planten zelf, naar de bodem waarin de plant groeit en naar de bovengrondse kenmerken van de groeiplaats.

Bij de planten bepalen we de vitaliteit van de aanwezige planten. Dat doen we door het totaal aantal planten, het aantal bloeiende planten en het aantal bloemen en zaden te tellen.

Zaden van de slanke sleutelbloem

Bij de bodem bekijken we de ondergrondse kenmerken van de groeiplaats, zoals de bodemchemie, dichtheid van de bodem, de bodemopbouw, humustype en pH-profiel. Bij soorten van vochtige bossen, zoals paardenhaarzegge en slanke sleutelbloem, wordt ook gekeken naar de grondwatersamenstelling.

Bovengronds zijn de lichtinval (lichtintensiteit) en de aanwezige planten waarmee de zeldzame soorten samengroeien belangrijke onderzoekselementen.

Paardenhaarzegge

Verzamelen van zaden en genetisch onderzoek

Nu de eerste soorten zijn uitgebloeid, zijn we gestart met het verzamelen van de zaden bij de soorten die we met behulp van zaad gaan vermeerderen of te herintroduceren. Zo worden nu bijvoorbeeld de zaden van slanke sleutelbloem verzameld om tot planten op te kweken, en van hengel later in de zomer om deze direct op geschikte herintroductielocaties te verspreiden.

Bij de zeer zeldzame soorten zoals paardenhaarzegge, gaan we de planten bovendien genetisch onderzoeken of en in hoeverre er sprake is van inteelt.

 

Zodra er weer iets te melden is over dit boeiende project, dan zullen we hier zeker over berichten in de nieuwsbrief en op onze website.

Project ‘Levendige bossen’, is mede mogelijk gemaakt dankzij leefgebiedensubsidie van de provincie Noord-Brabant.

labels: , , , , , , , ,