POP3-heideherstel op Coeveringse Heide, De Meer en het Molenven en Lisven

Publicatiedatum: 27 februari 2020

Samen met de gemeente Geldrop-Mierlo zijn we momenteel aan het werk op de Coeveringse Heide, De Meer, het Molenven en het Lisven. Deze POP3-werkzaamheden zijn gericht op het tegengaan van vergrassing en verbossing, het uitbreiden van heideterrein, het realiseren van meer structuur- en leeftijdsvariatie in de heidevegetatie en een toename van de robuustheid van deze heidebiotoop!

Klokjesgentiaan

De heideterreinen Coeveringse Heide, De Meer en het Molenven en Lisven zijn gelegen tussen de dorpskernen Geldrop en Mierlo. Ze staan bekend om een rijke biodiversiteit, waar zeldzame heidesoorten voorkomen. Door de hoge stikstofdepositie ontwikkelen ongewenste bomen en struiken zich hier extra snel, waardoor de gebieden dicht dreigen te groeien. Zonder herstelmaatregelen zouden de bijzondere heidesoorten die hier leven hun leefgebied kwijtraken en verdwijnen. Denk bijvoorbeeld aan de blauwvleugelsprinkhaan, stekelbrem, kruipbrem, buntgras, klokjesgentiaan, grondster en de levendbarende hagedis. Herstelmaatregelen zijn dan ook noodzakelijk.

Ingrijpen noodzakelijk

Het heidebiotoop behoort tot het cultuurlandschap, waardoor menselijk ingrijpen noodzakelijk is om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit en uiteindelijk verandert in bos. Daarnaast vormen vergrassing en verzuring ook een forse bedreiging voor dit bijzondere heidegebied. Door de huidige stikstofdepositie groeien deze ongewenste grassoorten in hoog tempo en verdringen daarmee de gewenste soorten. Hierdoor zijn intensieve maatregelen noodzakelijk.

Een POP3-project

De herstelwerkzaamheden zijn onderdeel van het Plattelands Ontwikkelingsprogramma (POP) en de provinciale subsidieregeling Biodiversiteit en Leefgebieden. De herstelmaatregelen zijn daarmee mede mogelijk dankzij de steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en de provincie Noord-Brabant. POP3 kent drie basisdoelstellingen. De achteruitgang stoppen van de biodiversiteit als gevolg van stikstof; het duurzaam herstellen van bos- en heideterreinen; en het verhogen van de ecologische kwaliteit en veerkracht van bodem en vegetatie, zodat biodiversiteit kan toenemen. Deze heidemaatregelen zijn onderdeel van een integraal pakket maatregelen, waarmee we inzetten op het behoud van deze bijzondere gebieden.
Bosgroep Zuid Nederland is verantwoordelijk voor de uitbesteding en begeleiding van de werkzaamheden. Hieronder vindt u meer informatie over de specifieke heidemaatregelen die op de planning staan.

Maaien en chopperen ten behoeve van structuur

Blauwvleugelsprinkhaan

Op zowel het heideterrein De Meer als het Molenven en Lisven zal men op een aantal plekken de heidevegetatie maaien en/of chopperen. Bij het maaien wordt de heide tot aan het maaiveld in stroken afgemaaid. Het doel hiervan is om meer structuur- en leeftijdsvariatie aan te brengen in de heidevegetatie. Oude, hoge heidestruiken en jonge, lage heidestruiken wisselen zich hier af. Door deze variatie ontstaat een diversiteit aan verschillende microklimaten waar insecten, bloemrijke kruiden, amfibieën en reptielen een plekje kunnen vinden.
Bij het chopperen verwijdert men de heidevegetatie, inclusief de moslaag. Door de bodem vervolgens te bekalken, is het mogelijk om de verzuring van de diepere lagen aan te pakken. Ook bij chopperen breng je meer structuur- en leeftijdsvariatie aan en doordat er in dit geval ook open plekken met zand ontstaan, krijgen allerlei heidesoorten en kruiden de kans om hier te ontkiemen.

Plaggen om de stuifzandvegetatie te stimuleren

De open stuifzanden van Coeveringse Heide en De Meer zijn dicht aan het groeien met het zogenaamde ‘tankmos’, oftewel grijs kronkelsteeltje. Deze mossoort komt van oorsprong niet voor in onze heidesystemen en is een sterke woekeraar. Dit gaat ten koste van andere (korst)mossoorten en pioniervegetaties die afhankelijk zijn van open, kale bodems.
Daarom verwijdert men op een aantal plekken de strooisellaag tot een diepte van ongeveer 10 cm, zodat de kale, zandige bodem weer tevoorschijn komt. Dat noemen we plaggen. Vervolgens worden deze delen bekalkt om verzuring tegen te gaan. Deze maatregelen zullen leiden tot een duurzaam herstel en uitbreiding van droge (stuifzand)heide, waar allerlei plantsoorten, maar ook insecten van zullen profiteren.

Plaggen om vergrassing tegen te gaan

In het Molenven en Lisven treedt veel vergrassing door pijpenstro op als gevolg van stikstofdepositie. In eerdere jaren is gebleken dat het plaggen van delen van de door pijpenstro gedomineerde vegetatie leidt tot terugkeer van een zeer diverse kruidenrijke vegetatie. Denk hierbij aan de zeldzame, blauwe klokjesgentiaan die in grote aantallen hier weer voorkomt.
Vandaar dat men op een aantal plekken de grassige vegetatie en strooisellaag verwijdert. Hierdoor krijgt de aanwezige zaadbank van kruiden de kans te ontkiemen. Door gedurende verschillende jaren delen te plaggen, ontstaat een variatie in vegetatiestructuur en -leeftijd. Door middel van schapenbegrazing zal de vergrassing ook in de toekomst verder onderdrukt worden.

Bomen en opslag verwijderen

Om het dichtgroeien (successie) van de heideterreinen tegen te gaan, haalt men ook bomen en jonge opslag weg . De bomen die er staan hebben een zuur strooisel en zorgen bovendien voor ongewenste schaduw. Dat beïnvloedt het behoud en de ontwikkeling van de heide negatief. Onder de bomen veel (zuur) strooisel zie je bijvoorbeeld dat er nauwelijks heidevegetatie groeit. Daarnaast vormen volwassen bomen een zaadbron voor bosverjonging. Dit is terug te zien als een groene deken van kleine grove dennen en berken tussen de heidevegetatie. Als nu niet wordt ingegrepen groeit de heide uiteindelijk dicht tot een bos.
Op de jaarlijkse Natuurwerkdag in november verwijderen ijverige vrijwilligers de opslag zo goed mogelijk uit de heide. Nu wordt op een aantal locaties de opslag met een klein kraantje uit de grond getrokken. Om verdere druk van opslag in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen, is ervoor gekozen om een aantal individuele bomen op de heide te verwijderen. Dat betekent niet dat alle bomen weggaan. Uit landschappelijk oogpunt en ten behoeve van broedvogels blijft een groot aantal bomen gehandhaafd. Alleen de dichtheid neemt af.

Realisatie verbindingszone Coeveringse Heide en De Meer

Vorig jaar is een eerste begin gemaakt om een open verbindingszone tussen de heideterreinen van Coeveringse Heide en De Meer te maken. Dit jaar zet men de bosranden van de verbinding verder terug, zodat de zoninval optimaal wordt benut en schaduwwerking in de open verbindingszone vermindert. De bosstrook bestaande uit Corsicaanse dennen die het heideterrein De Meer doorsnijdt gaat weg, omdat deze een negatieve werking op heidevegetatie heeft door zuur strooisel en schaduwwerking. Bovendien vormt de bosstrook ook een barrière tussen het noordelijke en zuidelijke deel van heideterrein De Meer. Na het kappen zal men vervolgens ook de zure strooisellaag verwijderen. Hierdoor krijgt de heidevegetatie volop kansen om te ontkiemen.

Op de kaart

Op de kaarten is precies te zien waar de werkzaamheden plaatsvinden:

De beoogde maatregelen zijn dus niet alleen noodzakelijk voor het tegengaan van vergrassing en verbossing, als gevolg van stikstofdepositie. Ze dragen ook bij aan het realiseren van meer structuur- en leeftijdsvariatie in de heidevegetatie en een uitbreiding van het heideterrein. Hierdoor neemt de robuustheid van de heidebiotoop toe en is deze beter bestand tegen veranderingen en stressfactoren, zoals extreme droogte of stikstofdepositie.

De POP3 projecten worden mede mogelijk gemaakt door de provincie Noord-Brabant en het Europees Landbouwfonds voor PlattelandsontwikkelingEuropa investeert in zijn platteland!

labels: , , , , ,

gerelateerd