Monitoring brengt effecten van POP3-maatregelen in beeld

Publicatiedatum: 15 november 2018

Met de verschillende projecten binnen POP3 willen we een drietal doelstellingen realiseren. Het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit. Het duurzaam herstellen van de bos- en heideterreinen. En het verhogen van de ecologische kwaliteit en veerkracht van bodem en vegetatie, zodat de biodiversiteit kan toenemen. Het vaststellen van de effecten van de projectmaatregelen, kan alleen via een goede monitoring. Vandaar dat dit een belangrijk onderdeel is van de POP3-projecten. Eerder vertelden we al wat over de nachtvlindermonitoring die eerder dit jaar van start is gegaan. Maar de POP3 monitoring omvat veel meer dan alleen de vlinders. In een gedetailleerd monitoringsplan staat precies beschreven hoe we de effecten van de verschillende maatregelen willen monitoren. In dit stuk nemen we u mee op hoofdlijnen. Wat gaan we precies doen en welke gegevens willen we daarmee verzamelen?

Uitzetten van de PQ’s.

Een goede monitoring vraagt om beschrijvingen en metingen van de uitgangssituaties én de effecten. Binnen POP 3 monitoren we de parameters stikstofgehalte, buffering en kationenbalans van de bodem, grond- en oppervlaktewaterstanden, humusvormen en bodemfauna en de biodiversiteit in de vorm van paddenstoelen, nachtvlinders en flora. De monitoring vindt plaats in permanente kwadraten van 20 x 20 meter. (PQ’s). Zowel onder scherm, als daar waar groepenkap heeft plaatsgevonden en waar vervolgens herplant is of wordt. Per parameter kijken we naar specifieke zaken. Een paar voorbeelden:

Paddenstoelen
Paddenstoelen monitoren we in alle PQ’s. In de paddenstoelen kennen we 3 groepen: de saprofyten (voeden zich met dood hout en strooisel), de parasieten (voeden zich op levende planten) en de symbionten (leven in samenwerking op levende planten). Vanwege het droge weer zijn er dit jaar weinig saprofyten en met name weinig strooisel-verterende paddenstoelen. Vooral deze laatste groep is voor ons van belang. Dat betekent dat we de paddenstoelenmonitoring mogelijk uit moeten stellen tot najaar 2019.

Bodemchemie
Bodemchemie bepalen we ook in alle PQ’s. Dan gaat het over de zuurgraad, de hoeveelheid voedingsstoffen en bufferende kationen (calcium, kalium, magnesium). Deze monitoring staat gepland voor februari 2019.

Maatregelen en beoogde effecten

Binnen de POP3 projecten staan uiteenlopende maatregelen gepland. Ieder met een eigen beoogd effect:

Aanplant rijkstrooiselsoorten
Monitoring van de maatregelen die betrekking hebben op aanplant van rijkstrooiselsoorten. Dit gebeurt op de plekken waar we onder licht scherm winterlinde, gewone esdoorn, haagbeuk en fladderiep in combinatie met hazelaar aanplanten. Daarnaast komen er op pionierlocaties na de groepenkap boswilg, grauwe els, ratelpopulier en ruwe berk in combinatie met winterlinde en hazelaar. We kijken hier naar het effect van het inbrengen van deze soorten op de bodem.

Steenmeel
Het toepassen van steenmeel is bedoeld om een deel van de uitgeloogde, essentiële, mineralen te compenseren door het terugbrengen van mineralen in het bos-ecosysteem. Effecten hiervan meten we terug in de bodemchemie en verwachten we op relatief korte termijn (1-12 jaar). De effecten op bodemchemie, zoals een betere zuurbuffering, kan tevens resulteren in effecten op biodiversiteit (verhoging) en humusvormen (verbetering). Ook een betere kationen-huishouding en dus gezondheid van bomen is te verwachten.

Hydrologische maatregelen
Hydrologische maatregelen, zoals het dempen van ongewilde sloten, heeft meteen een effect op het grondwater in het bosecosysteem. Deze effecten zijn vaak op relatief korte termijn (1-12 jaar) te verwachten en leiden tot verbeteringen in strooiselafbraak, humusvormen en biodiversiteit. In de natte delen zal verwijdering van stikstof als gevolg van denitrificatie op korte termijn te verwachten zijn. Op lange termijn kan het resulteren in een betere bodemopbouw.

Verwijdering stikstof
Effecten van de verwijdering van stikstof als gevolg van denitrificatie zijn eveneens op korte termijn te verwachten. Hier kan de biodiversiteit ook meteen van profiteren. Op lange termijn kan het resulteren in een betere bodemopbouw. De maatregelen plaggen, chopperen en maaien/struweel verwijdering vinden plaats om de overmaat aan stikstof af te voeren. Deze maatregelen hebben direct een effect op de stikstofbeschikbaarheid in het systeem en daarmee ook de biodiversiteit.

Effecten op korte, middellange en lange termijn als gevolg van aanplant

De bodem is de basis.

De geplande maatregelen sorteren effecten op verschillende functies, schalen en termijnen. Effecten van steenmeel zijn doorgaans al na zo’n 1-3 jaar te verwachten. Bij het merendeel van de maatregelen is het effect echter niet direct zichtbaar, merkbaar of meetbaar.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de maatregel ‘’extensieve beplanting’’. Hier verwachten we op bosniveau op korte termijn geen effecten in biodiversiteit, bodemopbouw, humusvormen of bodemchemie. Op lange termijn (> 50 jaar) wel. De maatregel ‘’standaard beplanting’’ heeft dezelfde verwachting.

De maatregel ‘’intensieve beplanting’’ is een maatregel waarbij erg veel bomen en struiken per hectare worden aangeplant. Deze maatregel zal wel op kortere termijn effecten genereren in humusvormen, bodemchemie en biodiversiteit. Op lange termijn kan deze maatregel veranderingen in de bodemopbouw realiseren. Investeringen met het oog op de toekomst dus!

Drie typen monitoring

  1. Bemonstering per PQ
    • a/ Op elk PQ worden bodem-, humus-, flora- en faunaopnamen en bladmonsters genomen en de parameters stikstofgehalte, buffering en kationenbalans geanalyseerd.
    • b/ Monitoring op heide, waarbij we bodemchemie, heidekwaliteit (bladchemie) en vegetatie zoals boven aangegeven monitoren. Bemonstering vindt op perceel/vlakniveau plaats met 1 mengmonster per vak op een vaste locatie.
    • c/ PQ’s op de groepenkap percelen. Hier monitoren we de bodemchemie, bladchemie, biota, paddenstoelen en vegetatie zoals boven aangegeven.
  2. Bemonstering per bos
    Kloempen vastgelegd met GIS die we gedurende de loop van het project volgen waarbij we de parameters ‘groei en aanslaan van toekomstbomen’ analyseren.
  3. Monitoring op detailschaal
    Intensievere monitoring op kleinere schaal, gericht op effecten die op grote schaal niet waarneembaar zijn en nodig voor een verdere verdieping/verfijning van maatregelen.

Door te werken met PQ’s is het mogelijk om de effecten ook op de lange termijn, na afronding van deze specifieke POP3 projecten, te blijven volgen. Dat levert waardevolle kennis en gegevens op, die we weer kunnen gebruiken in toekomstige werkzaamheden en projecten.

Meer over POP3

De POP3 projecten vloeien voort uit het feit dat een groot deel van de bossen en heideterreinen op de droge zandgronden in
Noord-Brabant is aangetast of het moeilijk heeft, doordat er teveel stikstof in terecht komt. Het overschot aan stikstof heeft forse en complexe gevolgen voor bos en heide. Om deze ongewenste ontwikkelingen een halt toe te roepen is subsidie verkregen uit het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP). Een Europees programma dat gericht is op het ontwikkelen, verduurzamen en innoveren van de agrarische sector in Nederland. Meer informatie is te vinden op de speciale POP3 projectpagina’s.

De POP3 projecten zijn mede mogelijk gemaakt door de provincie Noord-Brabant en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland!

 

 

 

labels: , ,

gerelateerd