Aanleg en inrichting ecoduct Kempengrens

Publicatiedatum: 28 oktober 2014

Al vele jaren wordt er gewerkt aan de aanleg van een ecoduct over de E34 (Antwerpen-Eindhoven). Dit ecoduct, genaamd Kempengrens, vormt een verbindende schakel in de ecologische structuur van de Nederlandse en Belgische Kempen. Het is niet alleen het eerste internationale ecoduct, maar het is ook nog eens een bijzonder breed ecoduct. Op 19 november wordt het ecoduct geopend.

Het ecoduct is tot stand gekomen door een samenwerking tussen meerdere partijen: Agentschap Wegen Verkeer (AWV), Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE), Agentschap Natuur en Bos (ANB), de provincie Noord-Brabant en Bosgroep Zuid Nederland. Zowel de Vlaamse- als de Nederlandse overheid financieren dit project. Vanwege de bijzondere internationale samenwerking is het project in Malmö op een Europees congres over ontsnippering beloond met een prijs in de categorie ‘samenwerking’. Het project is onderscheiden met de ‘IENE Project Award 2014’.

Bosgroep Zuid Nederland vertegenwoordigt in de samenwerking de belangen van de aangrenzende Nederlandse grotere eigenaren: de gemeenten Bladel en Reusel-de Mierden. Daarnaast heeft de Bosgroep het inrichtingsplan voor de leeflaag van het ecoduct opgesteld, inclusief de inrichting van de zuidelijk gelegen voormalige akker.

Doelsoorten
Het ecoduct verbindt diverse bos- en natuurgebieden in het zuiden, zoals het Reuzels Bos (B) en de Cartierheide (NL) met die in het noorden, zoals De Moeren (B), de Kroonvensche Heide (NL) en Landgoed de Utrecht (NL). Het ecoduct is 60 meter breed geworden. Dit is vrij uniek: vrijwel alle ecoducten zijn namelijk 30 of 50 meter breed.

De verbonden bos- en natuurgebieden vormen belangrijk leefgebied voor planten en dieren die horen bij het Kempische landschap. Dat landschap bestaat uit droge heide, vochtige tot natte heide, vennen en veentjes, bloemrijke graslanden, struwelen en (open) bossen. Het ecoduct bevat elementen van dit landschap, zodat deze soorten zich daarop thuis voelen en daadwerkelijk van de verbinding gebruik maken. De inrichting is afgestemd op de doelsoorten die qua leefomgeving het meest kritisch zijn, maar vanzelfsprekend kunnen ook andere soorten profiteren van het ecoduct. Specifieke doelsoorten zijn onder onandere Veldkrekel, Heideblauwtje, Gladde slang, Vinpootsalamander, Boomleeuwerik, Steenmarter en Ree.

Inrichting
Om het ecoduct voor de doelsoorten geschikt te maken zijn op het ecoduct vijf verschillende ecotopen gerealiseerd. Deze zijn weergegeven in onderstaand schema:Kempengrens1

Op het ecoduct en de aanlooptaluds is een zonering van een vochtige naar een droge bodemopbouw. Bij de constructie van het ecoduct is dit gerealiseerd door een compartimentering met keermuurtjes in V-vorm te maken. Hiermee is op passieve wijze voorkomen dat het regenwater snel over de constructie van het ecoduct afstroomt. Schematisch ziet dit er van boven af als volgt uit:
Kempengrens2Monitoring van effectiviteit
Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de inrichting van de leeflaag en van het omliggende gebied en worden bomen en struiken aangeplant. De eerste dieren zijn inmiddels al op en rond het ecoduct gesignaleerd.
Natuurlijk is het van belang te weten hoe effectief het ecoduct is. Daarom wordt er monitoring opgestart. Vóór de start van de bouw is het voorkomen van verschillende soorten en soortgroepen  in een gebied van 1 kilometer rond het ecoduct in beeld gebracht. Ook zijn van enkele soorten DNA-monsters genomen. Één, drie en vijf jaar na realisatie wordt deze monitoring en het DNA-onderzoek herhaald. Op basis van de resultaten hiervan wordt de effectiviteit van het ecoduct beoordeeld.

Nieuwsgierig naar de resultaten hiervan? Hou dan onze website in de gaten of neem contact op met Nienke de Kort voor meer informatie.

Certificaat

Klik hier voor de (Engelstalige) poster.

labels: , , , ,

gerelateerd