In de bres voor de bij: bijvriendelijk beheer in natuurgebieden

Publicatiedatum: 20 maart 2019

Samen met onze leden, allerlei organisaties en (natuur)partners, realiseren we de meest uiteenlopende projecten, onderzoeken en maatregelen, gericht op het herstel, beheer en ontwikkelen van bos en natuur. En daarmee ook op het behoud van allerlei (bedreigde) fauna. Dat levert boeiende en belangrijke informatie op, die we graag met u delen. Dit is zo’n project. Een afstudeeronderzoek van studenten aan de HAS Hogeschool, over het bijvriendelijk beheren van biotopen en structuurelementen in Brabantse natuurgebieden. Het eindresultaat is een rapport met waardevolle handreikingen die kunnen helpen om een bijvriendelijk beheer te realiseren. Want dat het niet goed gaat met de bij, dat weten we. Vandaar dat we u hier meenemen in de essentie van het rapport. Wilt u het hele rapport lezen? Ook dat kan natuurlijk. U kunt het hier downloaden.

De focus in dit rapport lag op gebieden in Noord-Brabant, maar de beheermaatregelen zijn natuurlijk ook inzetbaar in provincies met een vergelijkbare gebieden. Het doel van de handreikingen in het rapport is de wilde bijenstand in natuurgebieden te bevorderen. Om dat te bereiken is het van belang beheermaatregelen toe te passen die specifiek zijn gericht op zowel de foerageer- als de nestbiotoop van bijen. Maar, hoe doe je dat? In het rapport zijn praktisch uitvoerbare beheermaatregelen opgenomen die als houvast voor de natuurbeheerder kunnen dienen. Daarbij is het belangrijk om de beheermaatregelen niet eenmalig te laten plaatsvinden, maar ze op langere termijn consistent uit te voeren. Overigens bestaat er niet één algemene oplossing voor álle bijen: elke bijensoort stelt andere eisen aan zijn omgeving. Het beheer moet daarom gericht zijn op biotopen en structuurelementen. Dit heeft ook een bijkomend voordeel voor andere bestuivende insecten zoals vlinders en zweefvliegen.

Beheermaatregelen gericht op levensbehoeften van de bij

Glanshaverhooilanden zijn door hun bijzondere bloemenrijkdom (hier met knoopkruid) zeer geschikte bijenbiotopen (foto: A.T. Williams)

De beheermaatregelen in deze handreiking richten zich op de levensbehoeften van wilde bijen: voedselaanbod, nestgelegenheid en een microklimaat van zon, warmte en droogte.

De bij heeft belang bij structuurrijke, maar grotendeels open landschappen met een groot aandeel van bloemrijke biotopen. Een uitbreiding van de belangrijkste elementen, zoals bloemrijke vegetaties van schrale maar zeker ook matig voedselrijke bodems (bijvoorbeeld glanshaverhooilanden), is dan ook wenselijk.

In beboste gebieden moeten bijen het vooral hebben van open plekken en structuurrijke zonnige randen. Dat vraagt bloemrijke vegetaties en op korte afstand van geschikte (zandige) nestbiotopen. Veel wilde bijen hebben namelijk een kleine actieradius. Het is daarnaast voor een diverse bijenfauna van belang dat het voedselaanbod voldoende en continu tijdens de vliegperiode aanwezig is.

Wat nou als dat botst met andere beheermaatregelen?

De merghoudende stengels van braamstruwelen bieden geschikte nestplaatsen voor bijen (foto A.T. Williams)

De genoemde beheermaatregelen kunnen uiteraard botsen met andere (beheer)doelen. Begrazing leidt bijvoorbeeld tot meer structuur in een gebied, maar zorgt niet altijd voor een hogere dichtheid aan bloeiende planten. Een maai- en afvoerbeheer kan voor een hogere bloembedekking zorgen. Een verschralend maaibeheer kan echter ook een tegengesteld effect hebben. Te vaak maaien leidt tot te veel onderbrekingen in de voedselvoorziening, waardoor bijen hun nesten niet van voldoende voedsel kunnen voorzien. Streef bij voorkeur naar één keer per jaar maaien en zo laat mogelijk.
Daarnaast is het advies om de beheermaatregelen gefaseerd uit te voeren, zodat er altijd voedsel voor de bijen overblijft. De bijenfauna moet uiteraard ook voldoende tijd hebben om zich daarna te kunnen ontwikkelen. Om te zorgen dat de te nemen maatregelen ook passen binnen de begroting, kunt u deze het beste opnemen in de jaarlijkse begroting.

Monitoren van effecten

Na het uitvoeren van de maatregelen, is het zeker aan te raden en ook interessant om de bijenstand periodiek te monitoren. Dat is vaak wat moeilijker dan de inventarisatie van bijvoorbeeld libellen of vlinders, omdat het op naam brengen van bijen tijdrovend en kostbaar kan zijn. Maar het zegt veel over de effecten van de maatregelen en helpt bij het maken van keuzes voor het beheer in de toekomst. Vrijwilligers kunnen hier een waardevolle rol vervullen. Soms is het overigens mogelijk om subsidie te verkrijgen voor de monitoring. Een dergelijk onderzoek voert men meestal om de 3 jaar uit.

Veldwerkplaatsen ter inspiratie

Tijdens het project zijn er 3 veldwerkplaatsen georganiseerd waarin waardevolle kennis en data zijn gedeeld. Samen met geïnteresseerde leden waren we tijdens zo’n veldwerkplaats te gast op de Ullingse bergen waar twee experts een presentatie over insecten hebben gegeven. Staatsbosbeheer vertelde hier over het beheer van de heide en onze ecologisch medewerker Kirsti Zwaard, gaf een toelichting op het bosbeheer van de gemeente St. Anthonis.

Meer weten?

Bent u ook benieuwd wat u kunt doen om de bijen een handje te helpen? Naast het lezen van het rapport, kunt u natuurlijk altijd even contact met ons opnemen, voor vragen over uw specifieke terrein(en). U kunt vragen naar Kirsti Zwaard.

Dit project is mede mogelijk gemaakt met subsidie van de provincie Noord-Brabant.

labels: , , ,