Duurzaam herstel koestert bijzondere vennen op Landgoed Gorp en Roovert

Publicatiedatum: 18 maart 2021

Op Landgoed Gorp en Roovert zijn naast de mooie bossen ook meerdere bijzondere vennen te vinden. Helaas werd de afgelopen jaren steeds duidelijker dat de vennen het moeilijk hebben. Onder andere doordat het bos inmiddels zo dicht bij de oever was gegroeid, dat dit ten koste gaat van de oevervegetatie. Die kan zich zo niet goed ontwikkelen. Bovendien vallen er ieder jaar heel veel bladeren in de vennen, waardoor er op de bodem een dikke sliblaag ontstaat. Daarnaast heeft het gebied last van een wildgroei van rododendrons, die een deel van de oevers inmiddels volledig bedekten. De bomen en rododendrons zorgen ook voor meer verdamping van het venwater, waardoor de verdroging en stikstofdepositie fors toenemen. Dat heeft allerlei nadelige gevolgen. Het ven en de oevers komen niet meer goed tot ontwikkeling en de soorten die in en rondom het ven leven komen in de problemen. Om de vennen en haar bewoners te behouden voor de toekomst, waren dringend herstelmaatregelen nodig. Die zijn de afgelopen jaren gerealiseerd in een POP3-herstelproject en de resultaten zijn veelbelovend.

Ieder ven is op een eigen manier bijzonder

Een volledig dichtgegroeid ven dat bijna niet meer van het bos en de omgeving te onderscheiden is.

“Elk ven is net weer iets anders en dat maakt ze allemaal op een eigen manier bijzonder”, vertelt Peggy Albers, projectmedewerker bij Bosgroep Zuid Nederland, die de herstelmaatregelen begeleidt. “Zo zijn er de kenmerkende vegetaties van wateraardbei, duizendknoop-fonteinkruid en moerashertshooi te vinden in de vennen die een voedselarme en zwakgebufferde waterkwaliteit hebben. In de twee vennen die juist wat zuurder zijn, zien we veenmossen, snavelzegge en veenpluis. Een aantal vennen hebben een verlandingsvegetatie ontwikkeld, met veel wateraardbei. Andere soorten die we tegenkomen zijn de koningsvaren, witte waterranonkel, slangenwortel en wolfspoot. Daarnaast zijn ook juffers waargenomen, zoals de tengere pantserjuffer en koraaljuffer. Waardevolle soorten die hier thuishoren en die we graag willen behouden”, legt Peggy uit. En dat vroeg om gerichte herstelmaatregelen, waardoor de vennen de ruimte krijgen om zich weer optimaal te ontwikkelen.

De herstelmaatregelen

De venoever is hier vrijgemaakt, zodat deze zich weer kan gaan ontwikkelen.

Dit duurzame herstel bestond onder andere uit het verwijderen van het bos dat te dicht op het ven stond. Daarbij is ervoor gekozen om tegelijk ook een omvorming in te zetten van naaldbos naar loofbos. De gekozen loofsoorten dragen bij aan meer diversiteit en hun rijke strooisel helpt de bodem te verbeteren. De aanplant van deze soorten betekent ook volop kansen voor allerlei vogels, insecten en andere dieren. Daarnaast zijn de rododendronstruiken en andere opslag op de venoevers verwijderd. Door hier ook te plaggen is de te rijke bovenlaag verwijderd en krijgen de oevers de kans te herstellen en zich weer volop te ontwikkelen. In het zuidelijke deel is bij twee vennen ook nog ruim 650m3 slib van de bodem gehaald.
Door een deel van de ontwateringssloten in het gebied te dempen of verondiepen, is er ook gewerkt aan een verbetering van de lokale grondwaterstroming. Zo blijft het water in de vennen beter behouden en kan er een goede buffering ontstaan, waardoor er minder nitraten en ammonium vrijkomen.

Mooi resultaat met behoud van bijzondere vegetatie

“In totaal zijn er negen vennen hersteld”, vertelt Peggy verder. “Bij de werkzaamheden hebben we bepaalde delen met rust gelaten, om bijzondere vegetatie te sparen. Bijvoorbeeld stukken met moerashertshooi en witte waterranonkel. Ook bij het plaggen is heel bewust gekeken naar locaties waar we niets wilden doen. Bijvoorbeeld om zo de koningsvaren te sparen”.
“Het resultaat is veelbelovend”, vertelt Harrie van Puijenbroek. Als beheerder van Landgoed Gorp en Roovert, is hij nauw betrokken bij het venherstelproject. “We zien een duidelijke transformatie van een dichtbegroeid naaldbos, waarin de vennen bijna niet meer te zien waren, naar een open gemengd bos met open oevers waar zich een mooie oevervegetatie kan gaan ontwikkelen. Zo ontstaat er niet alleen een weerbaar ecosysteem dat kan meebewegen met veranderingen, maar het betekent ook dat dit bijzondere gebied behouden blijft voor toekomstige generaties”.

POP3: bouwen aan herstel, kwaliteit en biodiversiteit

Een grootschalig venherstelproject dus, dat mede mogelijk is dankzij de POP3-subsidie van provincie Noord-Brabant en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

POP3 kent drie basisdoelstellingen.

  • De achteruitgang stoppen van de biodiversiteit als gevolg van stikstof;
  • Het duurzaam herstellen van bos- en heideterreinen
  • Het verhogen van de ecologische kwaliteit en veerkracht van bodem en vegetatie, zodat de biodiversiteit kan toenemen.

Het programma is nodig omdat een groot deel van de natuur in Noord-Brabant is aangetast of het moeilijk heeft. Flora en fauna staan daardoor zwaar onder druk en gebieden met veel potentie komen niet of nauwelijks tot ontwikkeling.
Veel plantensoorten verdwijnen en vegetaties worden daardoor eentoniger. Dat betekent een afname van de voortplantingsgelegenheid voor allerlei dieren. Maar ook een afname van de kwantiteit en kwaliteit van voedselplanten. Dat heeft automatisch ook gevolgen voor de mate waarin prooidier- en gastheersoorten beschikbaar zijn.
Om gericht te kunnen werken aan het herstellen en behouden van de natuur en biodiversiteit, is het Plattelandsontwikkelings-programma (POP) opgesteld. Dit Europese programma is gericht op het ontwikkelen, verduurzamen en innoveren van de agrarische sector in Nederland en biedt onder andere kansen om te werken aan herstel en ontwikkeling van veelbelovende gebieden, waaronder Landgoed Gorp en Roovert.

Dit project is mede mogelijk gemaakt door de provincie Noord-Brabant en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkelings;

Europa investeert in zijn platteland. 

 

labels: , ,

gerelateerd