De transitie van donkergroen en donkergeel, naar 50 tinten groen; het platteland anno 2050!

Publicatiedatum: 30 september 2020

Het vertrekpunt van project ‘Nieuwste Oogst – De Schakelkast’ was de EO-Wijersprijs, maar het ultieme doel lag veel breder. Namelijk, het ontwikkelen van een visie over hoe je het platteland integraal kunt inrichten en duurzaam kunt veranderen, waarbij alle aspecten een plek hebben en elkaar kunnen versterken. Landschap, natuur en biodiversiteit, werkgelegenheid, beleving en een hogere productiviteit van de agrarische sector. Kortom, een integrale gebiedsbenadering. Samen met de projectpartners werkte de Bosgroep een jaar lang intensief aan deze opdracht. Het resultaat is een ambitieuze, integrale en reële visie, waarmee de ambities en belangen van de verschillende sectoren samenkomen.

Jan Rots schoof namens de Bosgroep aan in het multidisciplinaire projectteam, bestaande uit landschapsarchitecten van Verhoeven de Ruijter en Werkendlandschap, de HAS Hogeschool vanuit de agrarische sector en Bosgroep Zuid Nederland vanuit de invalshoek bos- en natuurbeheer. Ook Wageningen Universiteit en Research (WUR) werd betrokken om ondersteuning te bieden.

Veelomvattend en zeer actueel

“Het was een bijzonder inspirerend proces en een fantastische ervaring”, vertelt Jan Rots enthousiast. “Lokale opdrachtgevers Streekhuis Brabantse Kempen, de Rabobank, Transnationaal landschap Groote Heide, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant legden een complexe vraag bij het projectteam neer. ‘Kijk integraal naar ‘hoe het platteland van De Kempen en De Groote Heide er in 2050 uit zou moeten zien’. Een veelomvattend en zeer actueel vraagstuk. Het gaat hier immers niet om 1 sector, maar om uitdagingen en problematieken waar we allemaal tegenaan lopen en die onderling effect op elkaar hebben. Je hebt het dus niet alleen over het landschap, maar ook over belangrijke sociologische en maatschappelijke aspecten”, legt Jan uit.

Het moet anders… en dat kan ook!

Het is geen geheim dat er dingen anders moeten. De noodzaak is al langere tijd zichtbaar en inmiddels ook tastbaar. Maar hoe dan? Dat is de vraag. “De grote toegevoegde waarde van dit project zit hem in het feit dat er allerlei disciplines aanschoven die samen het gesprek aangingen, blikt Jan terug. “En geloof me…. Dat was echt niet altijd makkelijk. We hebben zeker in het begin alles op tafel gelegd vanuit onze eigen sector en dat botste echt wel eens. Maar juist daardoor zagen we de noodzaak tot integraliteit. Niemand heeft in zijn eentje het antwoord op de uitdagingen die er liggen. Juist omdat alles met elkaar samenhangt. Alleen door integraal te kijken en te handelen, kun je gericht werken aan een optimale situatie waarin de verschillende sectoren en belangen elkaar versterken, in plaats van langs elkaar heen te werken of elkaar zelfs voor de voeten te lopen”.

Zo vormde zich een visie voor een optimale inrichting van het landelijk gebied van De Kempen en De Groote Heide. Met de juiste systeemrandvoorwaarden kan hier een duurzame inrichting ontstaan. De basis van de oplossing zit in de bodem en het water. Als die beiden op orde zijn, dan kan er veel meer dan mensen denken. Dan is er ruimte voor bedrijvigheid, de agrarische sector, beleving, verbeteren van het landschap én dus ook voor natuur en biodiversiteit.

De kracht van een integrale gebiedsbenadering

“Dit is een uitstekend voorbeeld van een integrale gebiedsbenadering in optima forma”, benadrukt Arno Neijts, directeur van Bosgroep Zuid Nederland, die het project vanaf het begin met veel interesse volgt. “Voor ons als Bosgroep is deelname aan dit soort projecten heel waardevol en belangrijk, omdat we in ons bos- en natuurbeheer merken dat alles met elkaar samenhangt. De keuze die men bijvoorbeeld in een andere sector maakt ten aanzien van bewateren, heeft ook gevolgen voor de bossen en natuurgebieden van onze leden. Hetzelfde geldt voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting. Bos en natuur zie je hier overduidelijk op reageren. Soorten hebben het moeilijk of gaan zelfs verloren. Verjonging staat onder grote druk door onder andere droogte, lage grondwaterstanden en een slecht functionerende bodem. Insecten die zo nodig zijn voor allerlei processen nemen fors af in aantallen. Door integraal naar dit vraagstuk te kijken, kun je samen de juiste balans opzoeken en de handen ineenslaan om aan de basis structureel veranderingen door te voeren. Een werk- en denkwijze die uitstekend bij ons als coöperatie past”.

Integraliteit vraagt elkaars belangen begrijpen en samenbrengen

“Om de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen de agrarische belangen en natuurbelangen om te draaien, is het belangrijk om te definiëren waar je elkaar vindt en aan kunt vullen. Dat was een belangrijke stap in het proces”, vervolgt Jan zijn verhaal. “Vanuit bos- en natuurbeheer streven we naar meer biodiversiteit en behoud. De agrarische sector beoogt effectief en duurzaam te produceren en zo voldoende inkomen te kunnen genereren. Maar wat zijn de overeenkomstige randvoorwaarden? Wat kan het gemeenschappelijke doel zijn? Waar komen de ambities en belangen samen? Waar kunnen de verschillende sectoren elkaar vinden? Immers, net als in het bos- en natuurbeheer, is ook voor de akkerbouwer en melkveehouder een gezonde, goed functionerende bodem van levensbelang. Hetzelfde geldt voor het aspect water. De beschikbaarheid daarvan speelt een cruciale rol. En dan niet alleen een watertekort, maar soms juist ook wateroverlast/overschot.
Wil je het landschap robuust en bestendig kunnen inrichten, dan heb je integraliteit nodig. Een productief landschap dat je via systeemrandvoorwaarden invult. Daarbij hunkeren we niet naar het terugbrengen van wat er vroeger was. Dat heeft geen zin, want wat verloren is kun je niet altijd meer herstellen. We gaan dan ook uit van randvoorwaarden die reëel zijn. Met de klimaatverandering moeten we ook anticiperen, omdat we nu nog niet met zekerheid kunnen zeggen welke soorten het gaan redden. Diversiteit is meer dan ooit van belang. Want, dat er een verschuiving zal optreden die in de toekomst zorgt voor een hele andere samenstelling, is zeker”.

Kringlooplandbouw als oplossing; welke plek heeft natuurbeheer daarbinnen?

De oplossing is volgens het projectteam te vinden in een kringlooplandbouw. Maar welke plek krijgen natuur en biodiversiteit in dit verhaal? Jan is stellig: “Ik ben ervan overtuigd dat als we het watersysteem en de kringlooplandbouw op orde hebben, dat we dan ook de randvoorwaarden voor natuur en biodiversiteit automatisch invullen. We weten uit ervaring dat het zo werkt. Vroeger creëerde de mens biotopen die vervolgens door de natuur zijn ingevuld. Het is van belang dat we opnieuw kijken naar de randvoorwaarden om op systeemniveau te beoordelen welke ecologische invulling verwacht mag worden. De aanpak is niet zozeer anders, maar de soorten zullen niet allemaal hetzelfde zijn als 100 jaar geleden. Want het milieu, het ruimtegebruik, het veranderende klimaat en de maatschappij zijn anders.
Ruimte kun je niet meer met een monofunctie invullen. ‘Puur natuur’, bestaat niet meer. We moeten van donkergroen (natuur) en donkergeel (agrarische sector) overschakelen naar 50 tinten groen! En daarmee doel ik op het overal realiseren van natuurlijke overgangen tussen ecologische en agrarische functies. Zo creëer je automatisch diversiteit en daarin zit altijd biodiversiteit!”

Precisielandbouw
Via precisielandbouw kun je bijvoorbeeld gericht werken aan het reduceren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het beperken van de (kunst-)mest. Met strokenteelt is er sprake van een samenwerking tussen de akkerbouwer en de natuur in het bestrijden van plaaginsecten. Als de veesector, de akkerbouwsector en de tussenschakel van mestverwerking gaan samenwerken heb je het over kringlooplandbouw. Er gebeurt alleen datgene wat er nodig is op de plek die daarom vraagt. Maatwerk dus! Niets te veel en niets te weinig en samen ‘meer dan de som der delen’.

Shelterbelt
De ‘shelterbelts’, die in de visie opgenomen zijn, ziet Jan als een mooie kans voor zowel de biodiversiteit als de ambitie van het Rijk om het areaal bos uit te breiden. In het kader van de bossenstrategie die men momenteel uitwerkt dus éxtra actueel. Een shelterbelt bestaat uit een of meer rijen bomen of struiken die zo zijn geplant dat ze beschutting bieden tegen de wind. Bovendien beschermen ze de grond tegen winderosie en voorkomen ze extra verdamping. De bomen en struiken leggen co2 vast, verbeteren de waterhuishouding, zorgen voor extra belevingswaarde en zijn van grote waarde voor de biodiversiteit. “Als ik nu moet kiezen tussen 10 hectare bos of 10 hectare shelterbelts, dan weet ik wel wat ik kies!”, benadrukt Jan.

Hoe zie je dat in de praktijk?

Hoe je zo’n visie in de praktijk invult is wederom maatwerk. Maar de randvoorwaarden zitten hem in de basiselementen water en bodemkwaliteit. Als je die op orde hebt, zijn andere aspecten redelijk vormvrij in te vullen. Precisielandbouw is een mooie tool. Het zorgt ervoor dat je niet te veel bemest, bespuit en beregent. Als je het integraal bekijkt kun je zo besparen en duurzamer zijn, wat bovendien op meerdere vlakken positief uitwerkt. Het projectteam formuleerde de volgende voorwaarden:

  • Veerkrachtig watersysteem
  • Gezonde, vruchtbare bodem met waterbergend vermogen
  • Samenhangende landschappelijke structuur
  • Versterking biodiversiteit en (realistische) natuur
  • Nutriëntenkringloop stapsgewijs sluiten
  • Integratie stad/dorp met buitengebied
  • Aantrekkelijk en fijnmazig recreatief netwerk
  • Diversiteit ondernemersperspectieven
  • Energie: juiste toepassingen op juiste plek

De ambitie voor 2050

De overleggen, het uitzoeken en het sparren met partners en stakeholders heeft een ambitie opgeleverd waar het projectteam begrijpelijk trots op is.
‘Voor De Kempen en De Groote Heide in 2050 zien wij een aantrekkelijk, veerkrachtig en vooral vernuftig landschap voor ons. Een prachtig en gevarieerd landschap, dat de lokale identiteit en cultuurhistorische lijnen respecteert, droogte en piekbuien het hoofd biedt, met gezonde en vruchtbare bodems, hoge biodiversiteit en waar volop gerecreëerd en geproduceerd wordt. Kortom, een landschap waarin systemen in balans zijn en elkaar versterken. Het landschap levert grondstoffen, producten en diensten zonder dat het wordt uitgeput of overbelast. Het gaat uit van de juiste teelten op de juiste plek, kringlopen en korte(re) ketens. De drie voorkomende landschapstypen in de regio bieden ruimte voor een eigen, circulaire relatie tussen landschap en economie. Daarin passen uiteenlopende bedrijfsvoeringen en samenwerkingen van ondernemers passend bij de gebieds- en dorpseigen context. De ondernemersgeest en de aanwezige spelers vormen samen de motoren voor duurzame verandering. Tevens dromen we van een landschap waarin bewoners en ondernemers zich verbonden en geborgen voelen. Waar ruimte is voor initiatief en ontwikkeling in samenhang met het geheel. Collectiviteit, gemeenschapswaarde, rentmeester- en ondernemerschap zijn daarin belangrijke waarden’.

Hoe nu verder?

Het doel is nu om het plan samen verder uit te dragen in de regio, met als doel een gebied volgens die visie in te mogen richten. Zo staat er binnenkort een presentatie gepland in het ambtelijk overleg van de 21 MRE gemeentes, die verantwoordelijk zijn voor de transitie van het landelijk gebied in de Metropool Regio Eindhoven. Jan is blij met de mogelijkheid om hier het verhaal te kunnen vertellen. “Iedere gemeente is anders en dat vraagt om maatwerk. Met de visie die nu voorligt is het bij uitstek mogelijk om vanuit de integraliteit in te spelen op die maatwerkbehoefte. In ons verhaal zijn we zo breed, dat iedereen een kapstok kan vinden voor een lokale invulling. Van plattelandsgemeente tot stad en van terreinbeheerder tot waterschap en agrariër”.

Diversiteit aan doelgroepen

Dat betekent dus ook een diversiteit aan doelgroepen. “Dit verhaal moeten we gaan vertellen aan álle betrokkenen; iedere ‘speler’ in het buitengebied dus. En dan hebben we het niet alleen over de boer, maar ook over de bos- en natuurbeheerder, lokale ondernemers en de mensen die er wonen en recreëren. Iedereen heeft immers een rol en verantwoordelijkheid in dit transitievraagstuk”, benadrukt Jan tot besluit.

Benieuwd naar de visualisatie van bovenstaande visie en ambities? Er is een prachtige poster gemaakt waarop de essentie is weergegeven. Klik hier om de poster te downloaden.

labels: , , ,

gerelateerd