Bedreigde plantensoorten gekoesterd met ‘Operatie peperboompje’

Publicatiedatum: 15 augustus 2022

‘Operatie peperboompje’ is een reddingsplan voor ruim honderd bedreigde plantensoorten in Zuid-Limburg. Het project is nu een jaar onderweg en de eerste resultaten zijn positief. Een mooi moment om te laten zien hoe dit project bijdraagt aan het versterken van bedreigde soorten en het behoud van genetisch materiaal.

Alhoewel de naam van het project anders doet vermoeden, gaat het in ‘Operatie peperboompje’ niet alleen om deze soort. In het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn namelijk nog veel meer karakteristieke en vaak zeldzame plantensoorten te vinden die het moeilijk hebben. Ze staan allemaal op de Rode Lijst, wat betekent dat ze in hun voortbestaan bedreigd worden. Natuurherstel is vrijwel de enige manier om deze bijzondere planten te koesteren en daarmee de biodiversiteit in Limburg te versterken.

Bedreigde soorten behouden en terug laten keren

Het belangrijkste doel van ‘Operatie peperboompje’ is zorgen dat zeer zeldzame en karakteristieke bedreigde plantensoorten van het Zuid-Limburgse landschap behouden blijven of weer terugkeren. Daarnaast zet het projectteam in op het borgen van genetisch materiaal in de vorm van zaden. Die zaden spelen een belangrijke rol in nieuwe herstelprojecten. Ze worden opgeslagen in de Nationale Zadencollectie Het Levend Archief: een breed gedragen platform dat zich inzet voor het behoud van het botanische erfgoed van ons land.

‘Operatie peperboompje’ zet zich in voor het behoud of de terugkomst van zeldzame en karakteristieke bedreigde plantensoorten van het Zuid-Limburgse landschap, zoals rood peperboompje, wild kattenkruid en knikkend nagelkruid (Bron: Philippine Vergeer en Leon van den Berg)

Van oorzaak via onderzoek naar een complete routemap

Voor een aantal plantensoorten is het duidelijk waarom ze steeds minder voorkomen. Vaak zijn de populaties te klein en genetisch zo verarmd dat het bijna onmogelijk is om duurzaam voort te kunnen bestaan. Hier ligt de focus op het versterken van populaties. In andere gevallen is de soort helemaal verdwenen. Dan concentreert het team zich op het terugbrengen van de soort.
“Het is echter niet een kwestie van ‘planten of zaaien en klaar’”, begint universitair hoofddocent Philippine Vergeer haar verhaal. Namens Wageningen Universiteit is ze vanuit de leerstoelgroep Plantenecologie en Natuurbeheer een belangrijke kartrekker van het project. “Het project is veelomvattend en complex, waarbij we een zorgvuldig proces doorlopen voor we de uiteindelijke keuze kunnen maken of versterking of herintroductie überhaupt een optie is. En zo ja, hoe we dat dan het beste kunnen aanpakken”, legt Philippine uit. “Voor iedere locatie die potentie heeft, werken we een routemap uit. Daarin staan de volgende stappen die helpen bij het nemen van allerlei lastige beslissingen.”

1: Geografische verspreiding in beeld brengen
We starten met een inventarisatie van de historische geografische verspreiding van de betreffende soort”, vertelt Philippine verder. “Hiermee bepalen we of de plant hier vroeger ook voorkwam, en daarmee of de soort op de voorziene locatie als lokaal mag worden beschouwd. Zo ja, dan zien we de gekozen plek als logisch om de soort terug te willen brengen”.
“In de volgende stap staat de vraag centraal of er populaties zijn die ruimschoots binnen het natuurlijke areaal van de betreffende soort liggen. Is dat het geval, dan kun je ervoor kiezen om de bestaande populatie te versterken door de genetische variëteit te vergroten. Bijvoorbeeld via het kruisen van populaties. Zijn er geen bestaande populaties, dan bekijken we de mogelijkheden voor herintroductie van de soort.”

2: Onderzoeken, doellocaties bepalen of niets doen
Als de eerste conclusies positief zijn, dan brengt het team de standplaats nauwkeurig in kaart door middel van allerlei onderzoeken op gebied van bodemchemie, hydrologie en de vitaliteit van eventuele aanwezige populaties. Ook de geschiktheid van de betreffende habitat wordt meegenomen.
“Zo krijgen we antwoorden op belangrijke vragen die duidelijk maken of de omstandigheden gunstig genoeg zijn om een herintroductie of versterking genoeg kans van slagen te geven”, legt Philippine uit. “Is de conclusie positief, dan volgt de keuze van de doellocaties. Concluderen we negatief, dan moeten we helaas accepteren dat versterking of herintroductie hier geen optie is. Dat zijn moeilijke beslissingen, want natuurlijk wil je de soort graag terugbrengen of aanwezige populaties versterken in het gebied waar ze altijd waren en dus thuishoren. Maar we moeten heel selectief omgaan met de beschikbare middelen, planten en zaden. Je gaat dus alleen aan de slag als álle voortekenen en omstandigheden positief zijn”, benadrukt Philippine.

3. Keuze tussen opgekweekte planten of zaden
Als de standplaats geschikt is voor herintroductie, maakt het team de afweging of ze met opgekweekte planten gaan werken, of dat het gebruik van zaden een betere keuze is. Daarbij houdt men rekening met soorteigenschappen zoals de manier van verspreiding en vorming van de hoeveelheid, kiemkracht en levensduur van zaden. Soms brengt men ook de genetische variatie in beeld, rekening houdend met de genetische scheiding per gebied. Soorten die bijvoorbeeld in het noorden van Nederland voorkomen kunnen andere genetische eigenschappen hebben dan soorten in het zuiden van het land. Het doel is om zo zuiver mogelijk te werken, dus maakt het team ook op dat gebied gerichte keuzes. Binnen het project zijn inmiddels al flink wat planten opgekweekt. Dat gebeurt in gecontroleerde omgevingen. Denk daarbij aan afgesloten kweekruimtes, ieder met eigen bestuivers.

 

Links de speciale afgesloten kweekruimtes om de planten in op te kweken en daarnaast het resultaat: potten met knikkend nagelkruid (Bron: Philippine Vergeer)

 

4: Van herintroductie naar versterken en veelbelovende resultaten
Als al deze stappen doorlopen zijn en alles past, dan kan de eerste fase van herintroductie starten. Daarna volgt een versterkingsstap om de kans van slagen te vergroten.
“Zo’n versterkingsronde hebben we net achter de rug”, vult Leon van den Berg aan, senior expertmedewerker ecologie bij projectpartner Bosgroep Zuid-Nederland en projectleider van ‘Operatie peperboompje’.
“Een jaar na de start van het project zien we de eerste resultaten al en die zijn veelbelovend”, vertelt Leon enthousiast. “Knikkend nagelkruid is de eerste soort die we herintroduceerden. Die is na veertig jaar weer terug in Zuid-Limburg en groeit nu zelfs op twee verschillende plekken. De eerste monitoring hiervan is ook achter de rug en de planten staan er goed bij. Deze monitoring levert waardevolle informatie op, waar we veel van kunnen leren. We zijn ook goed op weg om een mooie hoeveelheid zaden te verzamelen die we in de zadenbank bewaren voor de toekomst. Zo zorgen we ervoor dat deze bijzondere planten niet alleen op een duurzame manier alle kansen krijgen in het veld, maar ook dat hun DNA geborgd is voor de toekomst”, legt Leon uit. “Dit willen we ook gaan bereiken met vijfentwintig andere bedreigde plantensoorten.”

 

Knikkend nagelkruid is dankzij ‘Operatie peperboompje’ weer terug in het Limburgse heuvelland (Bron: Nils van Rooijen)

 

Bedreigd door versnippering, verzuring, verdroging en vermesting

Waarom is ‘Operatie peperboompje’ eigenlijk nodig? “De problematiek vloeit grotendeels voort uit de enorme versnippering van populaties in combinatie met de verzuring, verdroging en vermesting”, vertelt Leon verder. Die factoren samen hebben een grote impact op de nog aanwezige populaties en hebben ervoor gezorgd dat sommige soorten zelfs verdwenen zijn uit Limburg. De noodzaak is dan ook groot”, benadrukt Leon. “Bijna een derde van onze plantensoorten in Zuid-Limburg zijn dusdanig bedreigd dat we dreigen ze helemaal te verliezen. We moeten dus echt iets doen.”

Behoud van biodiversiteit

‘Operatie peperboompje’ is eerst en vooral mogelijk dankzij de medewerking van de betrokken eigenaren van de verschillende terreinen. Daarnaast is de financiële steun van provincie Limburg en het Elisabeth Strouven Fonds onmisbaar. Zij dragen samen ruim €525.000 euro bij.

Gedeputeerde Geert Gabriëls omarmt het project en is trots op de impact en resultaten die nu al zichtbaar zijn. “Wat het team en de eigenaren van de gebieden hier samen voor elkaar krijgen, draagt direct bij aan het behoud en het versterken van de biodiversiteit in onze provincie. Iets wat ongelofelijk belangrijk is. Botanische biodiversiteit wordt niet altijd erkend als zeer belangrijk, maar het is wel enorm van belang voor diversiteit in de dierenwereld. Daarom ben ik blij met zowel de wetenschappelijke als de praktische insteek van ‘Operatie peperboompje’. Alles hangt met elkaar samen en de juiste balans in het ecosysteem, waarin soorten hun plek hebben en behouden, is cruciaal. Bovendien is het gewoon ontzettend mooi om de bijzondere soorten die hier thuishoren weer te zien floreren. We zijn blij dat we daar als provincie een bijdrage aan kunnen leveren.”

Guido van den Broek, bestuurder van het Elisabeth Strouven Fonds beaamt dat. “Het is mooi om te zien hoe dit soort initiatieven het verschil kunnen maken. Ons fonds zet de komende jaren fors in op natuur en landschap, omdat we een gezonde leefomgeving belangrijk vinden. We moeten echt ons best doen om de flora en fauna in Zuid-Limburg te behouden.”

Dit artikel is ook verschenen op Nature Today.
Foto’s: PxHere (leadfoto: bloeiend peperboompje); Philippine Vergeer; Leon van den Berg; Nils van Rooijen

labels: