Bosbodemontwikkeling van de bossen

15 oktober 2018

Lage biodiversiteit, zomereiksterfte, koolmezen die het nest niet overleven. Het zijn verschijnselen die bos- en natuurbeheerders in binnen- en buitenland momenteel bezighouden. Veel van deze verschijnselen zijn direct of indirect te relateren aan de verzuring en vermesting vanuit de atmosfeer sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. Daarnaast domineren in veel van de bossen de massaal aangeplante grove den, beuk en zomereik; soorten die zuur, slecht afbreekbaar blad produceren en een verdere verzuring van de bodem tot gevolg hebben.

Verzuurde bodems

Door de verzuring vanuit de lucht en door het zure strooisel zijn met name de hoog gelegen (niet door grondwater gevoede) zandbodems sterk verarmd en uitgeloogd. Buffering door calcium of andere basische stoffen vindt hier niet meer plaats. Sporenelementen komen hier nauwelijks nog voor en de nutriënten zijn hier volstrekt uit balans, wat zich bijvoorbeeld uit in een zeer laag calciumgehalte en hoge stikstofgehalten. De achteruitgang van het bodemleven wordt hier direct aan gerelateerd. In de verzuurde bodems zijn nauwelijks wormen of ander voedsel voor vogels te vinden. Ook de bomen hebben te lijden onder deze arme verzuurde omstandigheden, en recent onderzoek heeft een relatie gevonden tussen de gebreken in de bodem en zomereiksterfte.

Herstel van de bosbodems is noodzakelijk voor het behoud van leefgebieden van de typische bossoorten zoals zwarte specht, groene specht, rode bosmieren, paddenstoelen, maar ook voor de gezondheid van bossen en daarmee duurzaam bosbeheer en bosbouw. Dit herstel moet dan gericht zijn op het herstel van de nutriëntenbalans van de bodem zonder dat er negatieve effecten van maatregelen optreden zoals verruiging.

Experimenten met o.a. steenmeel

De Bosgroepen zijn al enkele jaren bezig met het testen van experimentele herstelmaatregelen voor de bodem, waaronder het toepassen van steenmeel. Steenmeel is gemalen steen en bevat de nutriënten (zoals kalium, calcium, mangaan) die door uitloging zijn verdwenen. Deze nutriënten komen bij steenmeel, in tegenstelling tot kalk, langzaam vrij waardoor de kans op verruiging minimaal is. De experimentele maatregel wordt in verschillende bossen onderzocht waarbij effecten op de bodem, het bodemleven, de bomen en de biodiversiteit nauwkeurig worden geregistreerd. De eerste resultaten van dit onderzoek tonen de verwachte verhoging van de buffering van de bodem en een betere groei van jonge bomen na toevoegingen van steenmeel, zonder dat er verruiging optreedt of negatieve effecten in de flora of fauna worden gemeten.

Rijk-strooiselsoorten

Daarnaast onderzoeken de Bosgroepen al enkele jaren het effect van aanplant van boomsoorten met rijk, goed verteerbaar bladstrooisel zoals linde, zoete kers en esdoorn. Deze soorten worden met succes aangeplant in verzuurde bossen met een dominantie van grove den en zomereik op droge, verzuurde zandbodems. Het doel hiervan is om deze ontbrekende rijk-strooiselsoorten in het bos in te brengen en tevens te zorgen voor (plaatselijke) verhoging van de biodiversiteit en een verhoging van de buffering in de bodem.

Het onderzoek toont aan dat de bodems onder linde en esdoorn zich significant anders ontwikkelen dan onder zuur-strooisel producerende bomen. Bodems waar linde en esdoorn zijn aangeplant, vertonen een hogere buffering, een snellere strooiselafbraak met een hogere mate van menging van humus in de bodem en een hogere biodiversiteit van bodemfauna vergeleken met bodems waar zuur-strooiselbomen domineren. De eerste resultaten wijzen er tevens op dat een verschuiving van slecht verteerbaar strooisel en een lage menging van humus in de bodem (onder de grove den) naar goed verteerbaar strooisel en een betere menging in de bodem (onder de linde) binnen een relatief korte periode van 30 tot 50 jaar mogelijk is na aanplant van deze rijk-strooisel soorten. De Bosgroepen werken binnen dit onderzoek nauw samen met onderzoekers van Wageningen Universiteit, KU Leuven, stichting Bargerveen, onderzoekscentrum B-Ware en BSP.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Leon van den Berg, Bosgroep Zuid Nederland/Unie van Bosgroepen via L.vandenberg@bosgroepen.nl.

 

labels: , , , , ,

gerelateerd