Bosbodemonderzoek Gelderland: inzicht in bodemgesteldheid Gelderse bossen

12 mei 2020

Dit voorjaar zijn de Bosgroepen gestart met een onderzoek naar de bodemkwaliteit van bossen in Gelderland. Het onderzoek gebeurt op verschillende meetlocaties in een lijn van de Veluwe via de IJsselvallei naar de Achterhoek. We kijken daarbij naar de huidige bosbodem maar ook naar het maaiveld van 70-100 jaar geleden, dat we vinden onder oude hout- en wildwallen.

Met het onderzoek krijgen we meer inzicht in de bodemgesteldheid onder bossen in Gelderland, rekening houdend met actuele én historische bodemeigenschappen. En daarmee ook beter inzicht in de opties voor huidig en toekomstig natuur- en bosbeheer.

Het onderzoek kan niet zonder het graven van een aantal diepe kuilen.

Bosbodemboek over vier representatieve boslandschappen

Uitgebreid onderzoek op ongeveer 20 verschillende meetlocaties geeft inzicht in het karakter van vier representatieve boslandschappen binnen het gebied. Deze inzichten verschijnen uiteindelijk in een Bosbodemboek.

Voor elk boslandschap geeft het Bosbodemboek een standplaatskarakterisering (geologisch substraat, bodemtype, humustype, vegetatiekenschets vanuit de boomlaag, struiklaag en kruidlaag), een bodemchemische typering (voedselrijkdom en bufferend vermogen) en inzicht in de bodemchemische verschuivingen in de tijd (vergelijking bodemchemie actuele bosbodem en fossiele bodem onder houtwal). Zo wordt de resistentie van de bodems tegen verzuring in beeld gebracht. En ontdekken we ook hoe de bodemgesteldheid was voor de snelle stijging van stikstof- en zwaveluitstoot vanaf de jaren ’50.

Praktische methodiek

Het onderzoek levert ook een praktische methodiek waarmee terreinbeheerders zelf of onder begeleiding, hun bossen kunnen ‘diagnosticeren’. Daarmee kunnen ze vervolgens een passend doel en zinvolle en haalbare beheermaatregelen kiezen voor hun bos. De methodiek geeft zo een basis voor beheervisies, -plannen en uitvoering.

Keileem in de bodem bij Ratum.

Achtergrond bosbodemonderzoek

De bossen, vooral op de zandgronden, hebben het zwaar. De biodiversiteit loopt terug, en er vindt eikensterfte plaats. Natuurbeheerders werken hard om de conditie van de bossen te verbeteren, bijvoorbeeld door het inbrengen van loofbomen die beter strooisel opleveren, het gebruik van steenmeel of het dempen van rabatten. Die daadkracht heeft als risico dat te snel doorgepakt wordt naar (generieke) maatregelen, zonder dat bekend is wat en hoe groot de problemen op specifieke locaties zijn en welke mogelijkheden er zijn om deze op te lossen.
Vanuit de historische bodemkenmerken van het bos kan een referentie worden opgesteld van de periode vóór de problemen van verzuring, vermesting en verdroging. En dat biedt aanknopingspunten om te bepalen, voor specifieke locaties, of en hoe deze knelpunten op te lossen zijn. ‘Fossiele bodems’, te vinden onder oude houtwallen, zijn het vertrekpunt voor een goede diagnose van de knelpunten en de potenties van het bos en daarmee voor een effectiever bos- en natuurherstel.

Vitaliteit en biodiversiteit vergroten

De bedoeling is dat beheerders van de bossen met het uiteindelijke resultaat, het boek en de methodiek, goed afgewogen beslissingen kunnen nemen over het bosbeheer, om de vitaliteit van bossen en daarmee de biodiversiteit in Gelderland te vergroten. Wanneer de resultaten bekend zijn, koppelen we die hier nog graag (beknopt) terug.

Omroep Gelderland kwam langs op een van de onderzoekslocaties, in het bos bij Uddel.

Dit project is mogelijk gemaakt dankzij subsidie van de provincie Gelderland, een bijdrage uit het Nora Croin Michielsen Fonds van SBNL Natuurfonds en de medewerking en bijdragen van de terreinbeheerders bij wie het onderzoek wordt uitgevoerd.

Leadfoto: ecologen Ariët Kieskamp en Harm Smeenge (Bosgroepen) aan het werk in Ratum.
Dit bericht is ook verschenen op natuurnieuwsplatform Nature Today.

labels: , , , , , ,

gerelateerd