Amerikaanse vogelkers: bospest of bosboom?

29 maart 2013

Amerikaanse vogelkers moet met hand en tand bestreden worden, zo is al jaren de opvatting van Nederlandse en Vlaamse bosbeheerders. Dat het ook anders kan, blijkt uit recent onderzoek. In 2009 is Bosgroep Zuid Nederland, en met name bosecoloog Bart Nyssen, begonnen met het onderzoeksproject ‘Beheerstrategieën vogelkers’; over efficiënte en effectieve alternatieven voor het beheer van Amerikaanse vogelkers.  Dit project wordt gefinancierd door de provincie Noord-Brabant en is op dit moment in de afrondende fase. Vogelkers wordt hierin beschouwd als een boomsoort als iedere andere. Met een eigen rol in de bossuccessie en de potentie een bijdrage te leveren aan ecologisch en economisch duurzaam bosbeheer. Op 26 april wordt het eerste exemplaar van een beheerhandleiding gepresenteerd. Hierbij geven wij u alvast een inkijkje!

Geschiedenis
Hoe en waarom is de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) hier eigenlijk terecht gekomen? Oorspronkelijk uit Amerika en vanaf de 17de eeuw naar Nederland gehaald, als welkome aanvulling in arboreta en voor de houtproductie. Tijdens de grote herbebossingen rond 1920-1950 werden er, vaak gemengd met grove den, ook veel vogelkersen aangeplant. De soort diende als vulhout en als bodemverbeteraar.

Successie
De vogelkers is een lichtboomsoort. Indien er voldoende licht op de bosbodem komt, wint vogelkers de concurrentie met andere pioniersoorten. Veel van de Nederlandse en Vlaamse bossen zijn open (productie) bossen, vaak bestaande uit grove dennen. Deze bossen zitten in een constante pionierfase, mede door regelmatige dunningen. Er komt veel licht op de bodem en vogelkers kan zich dan ook prima verjongen. In gesloten bos, en in menging met schaduwboomsoorten zoals beuk, esdoorn of linde, gaat vogelkers achteruit. Zij overleeft alleen indien er voldoende licht is.

Drie beheerstrategieën
Vaak staat vogelkers de beheerdoelen niet in de weg; de soort kan geaccepteerd worden als ‘een van de bomen in het bos’. In dit geval zal spontane bosverjonging deels uit vogelkers bestaan. Zelfs het selecteren van de vogelkers als toekomstboom is een optie. Indien de aanwezigheid van vogelkers in het bos de beheerdoelen hindert kan het ‘bos weerbaar gemaakt worden’ voor de vogelkers. Dit betekent dat met name de gelaagdheid en boomsoortensamenstelling, zo omgevormd worden dat vogelkers zich moeizaam kan vestigen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld het bevorderen of indien nodig inbrengen van opvolgersoorten als beuk, linde, esdoorn en hazelaar. In sommige gevallen kan vogelkers zich steeds weer vestigen. Dit gebeurt vooral wanneer er een gebrek aan structuur is en een kronendak dat grotendeels uit lichtboomsoorten bestaat. Als vogelkers de beheerdoelen in deze open bossen hindert én de voorwaarden voor een succesvolle bestrijding (o.a. continuïteit in beheer en voldoende financiën) zijn aanwezig, dan is ‘bestrijding’ zinvol.

Boek uitgegeven
Het eindproduct van het project is het boek ‘Amerikaanse vogelkers – van bospest tot bosboom’, geschreven door Bart Nyssen, Jan den Ouden (Wageningen Universiteit) en Kris Verheyen (Universiteit Gent). Op 26 april 2013 werd het eerste exemplaar van het boek gepresenteerd tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging (KNBV) in Eerbeek. Het boek is uitgegeven door de KNNV.

Voor meer informatie kunt u kijken op www. vogelkers.nl of contact opnemen met Bart Nyssen van Bosgroep Zuid Nederland: b.nyssen@bosgroepen.nl.

labels: , , ,

gerelateerd