Harm Smeenge reconstrueert de landschapsgeschiedenis van Twente

15 juli 2015

‘Vermoedelijk was de landschapsdynamiek nergens zo divers en groot als in Noordoost-Twente’ aldus Harm Smeenge. Voor zijn promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen reconstrueert hij de geschiedenis van het landschap rondom de Dinkel en de stuwwallen. Daarbij ontwikkelt hij in feite een nieuw vakgebied: de historische ecologie. Hij combineert aardkunde, ecologie en cultuurhistorie over een tijdsdiepte van 10.000 jaar.  Niets in het landschap is toevallig. Alles is tot stand gekomen door de wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving en daar werd al in de prehistorie goed over nagedacht. Het in beeld brengen van de verbanden geeft identiteit en karakter aan een gebied. Het levert naast een overzicht van de landschapsgeschiedenis een goede basis voor ontwikkelingen in de toekomst.

Harm combineerde zijn promotieonderzoek eerst met een baan als ecoloog bij DLG. Sinds maart van dit jaar is hij werkzaam bij de Bosgroepen. Ook hier draagt hij zijn boodschap uit: “Bezint eer ge begint is een spreekwoord dat nog steeds opgaat. Helaas wordt er nog te vaak geknutseld aan het landschap zonder voldoende vooronderzoek. Daardoor wordt voorbijgegaan aan de historie van een landschap. Terwijl de potenties voor ontwikkeling juist vaak daarin besloten liggen. Maatwerk is altijd nodig, het landschap is enorm divers.”

Bij de Bosgroepen werkt Harm naast zijn onderzoek mee aan diverse projecten. In de Rheerzermaten aan de Overijsselse Vecht maakte hij al een landschapsecologische bodemkartering. Bijzonder aan het gebied is de interactie tussen van nature rijkere terreindelen, onnatuurlijk rijke terreindelen en de landschapsgeschiedenis. Daar waar klei op het veen is afgezet, was een wat rijkere vegetatie aanwezig dan op plekken met alleen veen. Door ontwatering is de toplaag van het veen veraard, waardoor ook rijkere vegetaties voorkomen. Op plekken waar het veen niet veraard is, groeien prachtig ontwikkelde dotterbloemhooilanden, zeggevegetaties en zelfs trilvenen. Op enkele plekken was het levensgevaarlijk doordat er oude turfgaten aanwezig waren. Het feit dat men op verschillende plekken spreekt over ‘turfvaart’ geeft aan dat de turf vroeger werd afgevoerd.

Samen met onderzoekscentrum B-ware heeft Harm dit voorjaar ook een praktische cursus natuurontwikkeling gegeven. Naast theorie over de belangrijke processen in de diverse Nederlandse landschappen werden een kapstok voor landschapsonderzoek gepresenteerd. In het Wisselse veen werd dat in de praktijk gebracht.

In Noord-Duitsland werkt Harm nu aan de ontwikkeling van drinkwaterlandschappen. Drinkwaterwinning is een belangrijk maatschappelijke opgave. Wanneer je dit zo kunt insteken dat ook de biodiversiteit profiteert, dan is er sprake van een win-win situatie. Om zover te komen is onderzoek van landschapsecologische kenmerken nodig. Op basis daarvan worden vervolgens maatregelen voorgesteld. Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Stichting Bargerveen en een aantal Duitse partners.

Meer lezen?

Artikel over onderzoek Harm Smeenge in universiteitsblad Broerstraat

Artikelenreeks in de Twentsche Courant Tubantia:

Het ontstaan van Twente deel 1

Het ontstaan van Twente deel 2

Het ontstaan van Twente deel 3

Het ontstaan van Twente deel 4

Het ontstaan van Twente deel 5

 

bron foto en artikel: Rijksuniversiteit Groningen

bron krantenartikelen: Twentsche Courant Tubantia

labels: , , ,

gerelateerd