Het bos als bevordering van gezondheid en leefkwaliteit

Publicatiedatum: 11 september 2017

De waarde van de nabijheid van natuur en bos in de woon- en werkomgeving is in onze tijd groot te noemen. Veel vrije tijd brengen we door in onze bossen, op de hei en nabij het water. Vanuit financieel-economisch en vastgoedoogpunt is dat waardeverhogende effect onder andere door Daams van de Rijksuniversiteit Groningen overtuigend aangetoond (o.a. 2011). Vanuit medisch oogpunt verschijnen er met grote regelmaat studies over de positieve effecten op gezondheid en welbevinden, zowel van gezonde mensen als van mensen die ziek zijn of re-integrerend. In dat verband zijn de publicaties van onder andere Van den Berg en Maas van groot belang. Ook het ziekenhuis Tergooi in Hilversum bijvoorbeeld besteedt veel aandacht aan de helende effecten van groen op de patiënt. Landgoed Zonnestraal, ook bij Hilversum was één van de eerste sanatoria in de natuur. Op basis van deze resultaten zouden we heel erg zuinig moeten zijn op onze natuur en bosgebieden en er ruimhartig in investeren.

We leven ook in een tijd waarin de werkdruk in veel beroepen hoog is en we erg druk bezig zijn op de digitale snelweg. Online zijn, bellen, appen, chatten en foto’s plaatsen. Geen wonder dat de behoefte aan stilte en rust enorm gegroeid is en verder toeneemt. Het begrip ‘prikkelarm’ in relatie tot de omgeving begint dan ook aan belang te winnen. Wie googelt op dat woord, vindt al snel verwijzingen naar ‘prikkelarme omgeving’ tot zelfs ‘prikkelarme kermis en kerkdienst’. Bossen bieden die omgeving waarin mensen tot rust kunnen komen. Waarin we niet voortdurend worden blootgesteld aan beweging en geluid. Met de verwachting dat steeds meer mensen de komende jaren in een stedelijke of verstedelijkte omgeving zullen wonen, zal de behoefte aan nieuwe prikkelarme gebieden toenemen. Onze bosgebieden, ook op landgoederen, zullen aan belang winnen. Terreinbeheerders gebruiken het ook al in hun marketing en communicatie.

Ook in de landen om ons heen is de relatie tussen gezondheid en bos en natuur springlevend. In de 19e eeuw werd daar al volop aandacht aan besteed; denk alleen maar de vele sanatoria die er geweest zijn. De Franse architect, filosoof en stedenbouwkundige Tony Garnier ontwikkelde zelfs een ideale stad, waarbij het ziekenhuis in een natuurlijke omgeving gepland stond; op bosrijke heuvels boven de stad. Elk flatgebouw voor mensen met een laag inkomen werd voorzien van een parkachtige openbare ruimte. Dat was strikt functioneel bedoeld om leefkwaliteit en gezondheid actief te bevorderen. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de inrichting van het stadspark ‘la Tête d’Or’ in Lyon. De ideeën van Tony Garnier worden sinds kort opnieuw ontdekt en toegepast. De rol van een bos- en parkachtig landschap spelen bij de stedelijke (her-) ontwikkeling op veel plaatsen in Frankrijk dan ook weer een prominente rol. Dat is bijvoorbeeld te zien in de wijk ‘Sous-Bois’ in Lille en ‘La Confluence’ in Lyon.

In Nederland heeft het bos in relatie tot zorg een negatieve lading gekregen. Het lijkt vooral als een kostenpost te worden gezien. Het leek er daarnaast op, dat wij mensen die extra zorg nodig hadden, buiten onze samenleving in een bos wilden verbergen. Dat was nooit de opzet. Het wordt tijd dat we de waarde van bos en overige natuur ook in Nederland opnieuw leren waarderen in relatie tot leefkwaliteit en gezondheid. De term ‘prikkelarm’ kan daarbij zoals gezegd een belangrijke rol spelen. In eerste aanleg gaat de gedachte uit naar mensen met ouderdomsverwarring en dementie. Zij zijn gebaat bij een herkenbare dagstructuur, die niet voortdurend wordt onderbroken door prikkels die daar niet bij horen (zorgmethode ‘Böhm’). Niet voor niets zijn zorgboerderijen uiterst succesvol, in tegenstelling tot de vele dagvoorzieningen van verpleeghuizen. Het is een misverstand om te denken dat alle cliënten van een zorgboerderij ooit ‘boer’ waren. Het gaat om het contact met de rust van de natuur. Er is een grote behoefte aan wonen en dagverblijf in een natuurlijke omgeving voor deze doelgroep. Die behoefte groeit gestaag. In tweede aanleg valt te denken aan mensen die getroffen worden door een burn-out; geestelijk overbelast raken. Denk ook aan depressie. Hoeveel sneller zou een terugkeer naar een productieve bijdrage in de samenleving kunnen gaan als deze mensen in de rust van een bosrijke omgeving zich kunnen herpakken? In ons land wordt het wandelen al dan niet met een wandelcoach in toenemende mate ook door verzekeraars opgepakt, zoals de Friesland Zorg.

Verder filosoferend zijn de mogelijkheden nog veel groter. De gedachte van Tony Garnier om het ziekenhuis in een bosrijke omgeving te plaatsen wordt eigenlijk al min of meer toegepast, door de principes van de ‘healing environment’ toe te passen. Het betekent onder meer, dat de technisch helende werking in het gebouw vloeiend overgaat in de helende werking van de natuur, door met natuurlijke kleuren te werken en zo naadloos mogelijk over te gaan op echte natuur van buiten.

De conclusie voor bezitters en beheerders van bos- en natuurgebieden zou kunnen zijn, dat zij de gelegenheid hebben om een sterkere combinatie te maken van een goed verdienmodel met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Dat moeten we op een hedendaagse wijze aanpakken. Geen ouderwetse sanatoria, maar nieuwe functionele combinaties tussen mens en natuur, die de leefkwaliteit en de gezondheid meetbaar bevorderen.

 

Bert van der Moolen